Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2015:3209 ECLI:NL:HR:2015:3209 AI generated

ECLI:NL:HR:2015:3209 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2015:3209
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

3 november 2015 Strafkamer nr. S 14/04772 A IF/LBS Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 3 april 2014, nummer H 185/13, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2015:3209 · Hoge Raad: 3 november 2015 Strafkamer nr. S 14/04772 A IF/LBS Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 3 april 2014, nummer H 185/13, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

3 november 2015 Strafkamer nr. S 14/04772 A IF/LBS Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 3 april 2014, nummer H 185/13, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld. De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep. 2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 november 2015.