Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2026:825 ECLI:NL:RVS:2026:825 AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:825 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2026:825
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Procesverloop Bij besluit van 1 mei 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 17 oktober 2025 heeft de minister verzoeker opgedragen om Nederland en de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij uitspraak van 11 december 2025 heeft de rechtbank het door verzoeker ingestelde beroep tegen het besluit van 1 mei 2025 ongegrond verklaard, het door verzoeker ingestelde beroep tegen het besluit van 17 oktober 2025 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2026:825 · Raad van State: Bij besluit van 17 oktober 2025 heeft de minister verzoeker opgedragen om Nederland en de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij uitspraak van 11 december 2025 heeft de rechtbank het door verzoeker ingestelde beroep tegen het besluit van 1 mei 2025 ongegrond verklaard, het door verzoeker ingestelde beroep tegen het besluit van 17 oktober 2025 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

BRS.26.000562 ECLI:NL:RVS:2026:825 Datum uitspraak: 17 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende de hoger beroepen van onder meer: [verzoeker], verzoeker tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 11 december 2025 in zaak nr. NL25.21118 in het geding tussen: verzoeker en de minister.

Procesverloop Bij besluit van 1 mei 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 17 oktober 2025 heeft de minister verzoeker opgedragen om Nederland en de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij uitspraak van 11 december 2025 heeft de rechtbank het door verzoeker ingestelde beroep tegen het besluit van 1 mei 2025 ongegrond verklaard, het door verzoeker ingestelde beroep tegen het besluit van 17 oktober 2025 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Verzoeker heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven en incidenteel hoger beroep ingesteld. De minister heeft een zienswijze naar voren gebracht. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij hangende zijn hoger beroep opvang en verstrekkingen krijgt.

2. Gelet op de belangen die verzoeker naar voren heeft gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. V.V. Essenburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.D. Salverda, griffier. w.g. Essenburg voorzieningenrechter w.g. Salverda griffier Uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2026 992