Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2026:799 ECLI:NL:RVS:2026:799 AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:799 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2026:799
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202405505/2/R3. Datum beslissing: 13 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op het verzoek van: Stichting Platform Keelbos, gevestigd in Nuth, gemeente Beekdaelen, verzoekster, om toepassing van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Procesverloop Bij brief, ingekomen op 21 januari 2026, heeft de stichting verzocht om wraking van staatsraad mr. C.H. Bangma als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van zaak nr. 202405505/1/R3 (hoofdzaak). De staatsraad heeft niet in de wraking berust. De staatsraad heeft een schriftelijke reactie gegeven.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:15 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2026:799 · Raad van State: Op grond van artikel 8:16, eerste lid, van de Awb wordt een verzoek om wraking gedaan, zodra de feiten of omstandigheden aan verzoeker bekend zijn geworden. Hierin ligt besloten dat een verzoeker beperkt de tijd heeft om, na het bekend worden van zodanige feiten en omstandigheden, af te wegen of hij wraking opportuun acht en de gronden daartoe zo snel mogelijk kenbaar moet maken. Vergelijk de beslissingen van de Afdeling van 15 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2412 en 20 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2105.

Keywords

AI generated
artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:15 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum beslissing: 13 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op het verzoek van: Stichting Platform Keelbos, gevestigd in Nuth, gemeente Beekdaelen, verzoekster, om toepassing van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
artikel 8:15 van de Awb
Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2025:6280
202407419/1/R3. Datum uitspraak: 31 december 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: Stichting Platform Keelbos, gevestigd in Nuth, appellante, en 1. de raad van de gemeente Midden-Groningen, 2. het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen, verweerders. Procesverloop Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Herontwikkeling camping Steendam" vastgesteld. Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de raad de weg gelegen op de gronden waarop het plan betrekking heeft aan het openbaar verkeer onttrokken (hierna: onttrekkingsbesluit).
ECLI:NL:RVS:2020:2412
201907898/2/A3. Datum beslissing: 15 oktober 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op het verzoek van: [verzoeker A] en [verzoeker B], wonend te [woonplaats], verzoekers, om wraking (artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht, hierna: de Awb) van mr. S.F.M. Wortmann als lid van de Afdeling bij de behandeling van de zaak nr. 201907898/1/A3. Procesverloop Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 september 2020, hebben verzoekers verzocht om wraking van mr. S.F.M. Wortmann (hierna: de staatsraad) bij de behandeling van de zaak nr. 201907898/1/A3.
ECLI:NL:RVS:2022:2105
202100651/3/R4. Datum beslissing: 20 juli 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op het verzoek van: [verzoekster], wonend te [woonplaats], om toepassing van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). Procesverloop Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 juli 2022, heeft [verzoekster] verzocht om wraking van de staatsraden mr. E.A. Minderhoud, als voorzitter, en mr. G.O. van Veldhuizen en mr. H.G. Sevenster, als leden van de meervoudige kamer, belast met de behandeling van de zaak met nummer 202100651/1/R4. De staatsraden hebben niet in de wraking berust.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202405505/2/R3. Datum beslissing: 13 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op het verzoek van: Stichting Platform Keelbos, gevestigd in Nuth, gemeente Beekdaelen, verzoekster, om toepassing van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Procesverloop Bij brief, ingekomen op 21 januari 2026, heeft de stichting verzocht om wraking van staatsraad mr. C.H. Bangma als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van zaak nr. 202405505/1/R3 (hoofdzaak). De staatsraad heeft niet in de wraking berust. De staatsraad heeft een schriftelijke reactie gegeven.

De Afdeling heeft het verzoek om wraking op een zitting behandeld op 4 februari 2026, waar de stichting, vertegenwoordigd door [gemachtigde A], via een videoverbinding, en [gemachtigde B], is verschenen. De staatsraad heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord. Overwegingen 1. Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2. Op 13 januari 2026 is de hoofdzaak door de staatsraad op een zitting behandeld, waarna het onderzoek is gesloten. Het verzoek om wraking van de staatsraad is op 21 januari 2026 ingediend en bij de Afdeling ingekomen.

3. De stichting heeft aan haar verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat de staatsraad op de zitting van 13 januari 2026 de indruk heeft gewekt partijdig te zijn, of de schijn van partijdigheid heeft gewekt, door te refereren aan de uitspraak van 31 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6280, en aan te kondigen voornemens te zijn deze bij zijn oordeel te betrekken. De stichting betoogt dat die uitspraak niet kan worden betrokken, omdat daarin onjuistheden staan en zij daartegen op 16 januari 2026 een verzoek om herziening heeft ingediend. Tijdens de zitting van 4 februari 2026 heeft zij ook als wrakingsgrond naar voren gebracht dat de staatsraad met zijn vraagstelling over de ligging van de homo-ontmoetingsplek, die in de hoofdzaak aan de orde is, de indruk heeft gewekt partijdig of vooringenomen te zijn.

4. Op grond van artikel 8:16, eerste lid, van de Awb wordt een verzoek om wraking gedaan, zodra de feiten of omstandigheden aan verzoeker bekend zijn geworden. Hierin ligt besloten dat een verzoeker beperkt de tijd heeft om, na het bekend worden van zodanige feiten en omstandigheden, af te wegen of hij wraking opportuun acht en de gronden daartoe zo snel mogelijk kenbaar moet maken. Vergelijk de beslissingen van de Afdeling van 15 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2412 en 20 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2105.

5. In de onderhavige zaak vormt de vraagstelling van de staatsraad tijdens de zitting van 13 januari 2026 de grond die de schijn van partijdigheid heeft gewekt bij de stichting. Met het verzoek om wraking heeft zij gewacht tot 21 januari 2026. Naar het oordeel van de Afdeling is dit te lang na het bekend worden van de feiten voor wraking. Op de zitting van 4 februari 2026 is niet gebleken van verschoonbare redenen die rechtvaardigen dat het verzoek om wraking te laat is ingediend. Dat de stichting tijd nodig had om een verzoek om herziening in te dienen tegen de uitspraak van 31 december 2025, is geen reden waarom niet direct na de zitting een verzoek om wraking kon worden ingediend, omdat de grond voor wraking lag in wat er op de zitting is gezegd.

6. De Afdeling oordeelt dat het verzoek om wraking te laat is ingediend en dat niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 8:16, eerste lid, van de Awb. De Afdeling ziet hierin aanleiding het verzoek om wraking op grond van artikel 5, vierde lid, van de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 niet-ontvankelijk te verklaren. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzitter, en mr. J. Luijendijk en mr. J.A.W. Huijben, leden, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier. w.g. Van Gastel voorzitter w.g. Tibold griffier Uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2026 853