Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2026:789 ECLI:NL:RVS:2026:789 AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:789 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2026:789
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Bij uitspraak van 11 december 2025 heeft de rechtbank het door appellant tegen het verlengingsbesluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Habib-Portier, advocaat in Oss, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank heeft, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 16 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2196, overwogen dat het verlengingsbesluit niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, waardoor de beroepstermijn niet is aangevangen en het beroep op grond van artikel 6:10, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb, ontvankelijk is.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:789 · Raad van State: Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Habib-Portier, advocaat in Oss, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank heeft, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 16 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2196, overwogen dat het verlengingsbesluit niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, waardoor de beroepstermijn niet is aangevangen en het beroep op grond van artikel 6:10, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb, ontvankelijk is.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

BRS.25.002536 ECLI:NL:RVS:2026:789 Datum uitspraak: 16 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 11 december 2025 in zaak nr. NL24.49760 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij brief van 14 november 2024 heeft de minister appellant in kennis gesteld van haar besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (het verlengingsbesluit).

Bij uitspraak van 11 december 2025 heeft de rechtbank het door appellant tegen het verlengingsbesluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Habib-Portier, advocaat in Oss, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank heeft, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 16 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2196, overwogen dat het verlengingsbesluit niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, waardoor de beroepstermijn niet is aangevangen en het beroep op grond van artikel 6:10, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb, ontvankelijk is.

Dit is in hoger beroep niet bestreden. Wat appellant in zijn eerste grief aanvoert tegen het oordeel van de rechtbank dat de termijn voor het instellen van beroep tegen een verlengingsbesluit één week bedraagt en niet vier weken, is daarom niet van belang voor de ontvankelijkheid van het beroep en behoeft in deze zaak geen bespreking. 1.1. Het hoger beroep leidt ook voor het overige niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift voor het overige geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. M.C. Stoové, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier. w.g. Stoové lid van de enkelvoudige kamer w.g. Dallinga griffier Uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2026 18-1102