Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2026:785 ECLI:NL:RVS:2026:785 AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:785 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2026:785
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202600026/2/R4. Datum uitspraak: 29 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van onder meer: [verzoeker], wonend in Maarn, gemeente Utrechtse Heuvelrug, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­Nederland van 21 november 2025 in zaken nrs. 25/2310 en 25/2377 in het geding tussen: 1. [verzoeker] 2. [partij] en anderen en het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug. Openbare zitting gehouden op 29 januari 2026 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter Griffier: mr. L.M. Melenhorst Verschenen: [verzoeker], bijgestaan door mr. A. de Leeuw, rechtsbijstandverlener in Amsterdam; Het college, vertegenwoordigd door W. van der Wel en C. van Doorn; Iona Stichting, vertegenwoordigd door [gemachtigden]. ==================================== Bij besluit van 5 september 2024 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor renovatie van de woning aan de [locatie] in Maarn. Bij onderscheiden besluiten op bezwaar van 24 februari 2025 heeft het college onder aanvulling van de motivering de omgevingsvergunning in stand gelaten. Bij uitspraak van 21 november 2025 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het beroep van [verzoeker] gegrond verklaard en de besluiten van 24 februari 2025 vernietigd, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten. [verzoeker] en [partij] en anderen hebben hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Gronden - Verzoeker stelt dat een voorlopige voorziening geboden is, omdat anders een voor hem gunstige afloop van het hoger beroep geen effect zou hebben; - Gelet op het verhandelde ter zitting volgt de voorzieningenrechter verzoeker hierin niet; - Gelet op het doel van de beschikbaarstelling van de woning en de beoogde tijdelijke verblijfsduur van bewoners, ligt het niet in de verwachting dat beëindiging van de voorgenomen vorm van bewoning na een geslaagd hoger beroep lastig te realiseren zal zijn. Hier zijn alle partijen het over eens; - Tenslotte is voor de voorzieningenrechter van belang dat de redenering van de rechtbank in rechtsoverweging 34 van de aangevallen uitspraak naar voorlopig oordeel navolgbaar is. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. Borman voorzieningenrechter w.g. Melenhorst griffier 490-860

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2026:785 · Raad van State: 202600026/2/R4. Datum uitspraak: 29 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van onder meer: [verzoeker], wonend in Maarn, gemeente Utrechtse Heuvelrug, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­Nederland van 21 november 2025 in zaken nrs. 25/2310 en 25/2377 in het geding tussen: 1. [verzoeker] 2. [partij] en anderen en het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug. Openbare zitting gehouden op 29 januari 2026 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter Griffier: mr. L.M. Melenhorst Verschenen: [verzoeker], bijgestaan door mr. A. de Leeuw, rechtsbijstandverlener in Amsterdam; Het college, vertegenwoordigd door W. van der Wel en C. van Doorn; Iona Stichting, vertegenwoordigd door [gemachtigden]. ==================================== Bij besluit van 5 september 2024 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor renovatie van de woning aan de [locatie] in Maarn. Bij onderscheiden besluiten op bezwaar van 24 februari 2025 heeft het college onder aanvulling van de motivering de omgevingsvergunning in stand gelaten. Bij uitspraak van 21 november 2025 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het beroep van [verzoeker] gegrond verklaard en de besluiten van 24 februari 2025 vernietigd, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten. [verzoeker] en [partij] en anderen hebben hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Gronden - Verzoeker stelt dat een voorlopige voorziening geboden is, omdat anders een voor hem gunstige afloop van het hoger beroep geen effect zou hebben; - Gelet op het verhandelde ter zitting volgt de voorzieningenrechter verzoeker hierin niet; - Gelet op het doel van de beschikbaarstelling van de woning en de beoogde tijdelijke verblijfsduur van bewoners, ligt het niet in de verwachting dat beëindiging van de voorgenomen vorm van bewoning na een geslaagd hoger beroep lastig te realiseren zal zijn. Hier zijn alle partijen het over eens; - Tenslotte is voor de voorzieningenrechter van belang dat de redenering van de rechtbank in rechtsoverweging 34 van de aangevallen uitspraak naar voorlopig oordeel navolgbaar is. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. Borman voorzieningenrechter w.g. Melenhorst griffier 490-860

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text