Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2026:752 ECLI:NL:RVS:2026:752 AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:752 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2026:752
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202505769/1/A2. Datum uitspraak: 11 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoeker], wonend in [woonplaats], verzoeker, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 22 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:145. Procesverloop Bij uitspraak van 22 januari 2025, in zaak nr. 202404255/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:145, heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2026:752 · Raad van State: 202505769/1/A2. Datum uitspraak: 11 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoeker], wonend in [woonplaats], verzoeker, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 22 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:145. Procesverloop Bij uitspraak van 22 januari 2025, in zaak nr. 202404255/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:145, heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

Keywords

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 11 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoeker], wonend in [woonplaats], verzoeker, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 22 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:145.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202505769/1/A2. Datum uitspraak: 11 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoeker], wonend in [woonplaats], verzoeker, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 22 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:145. Procesverloop Bij uitspraak van 22 januari 2025, in zaak nr. 202404255/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:145, heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

De Afdeling heeft het verzoek op een zitting behandeld op 3 februari 2026, waar [verzoeker] is verschenen. Overwegingen 1. Artikel 8:119, eerste lid, van de Awb luidt: "De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2. De Afdeling stelt voorop dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet kan worden gebruikt om het geschil, waarover bij uitspraak is beslist, opnieuw aan de rechter voor te leggen. Ook is dit rechtsmiddel niet bedoeld om een partij de gelegenheid te bieden om argumenten, die in een eerdere procedure naar voren zijn gebracht of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw of alsnog naar voren te brengen en daarmee het debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.

3. Naar het oordeel van de Afdeling heeft [verzoeker] geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. De enkele stelling van [verzoeker] dat er volgens hem stukken in het dossier ontbreken, is onvoldoende grond om de uitspraak te herzien. [verzoeker] heeft nagelaten deze volgens hem relevante stukken over te leggen en toe te lichten waarom deze stukken tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

4. Het verzoek om herziening wordt afgewezen. De proceskosten hoeven niet te worden vergoed. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek om herziening af. Aldus vastgesteld door mr. G.T.J.M. Jurgens, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Rietveld, griffier. w.g. Jurgens lid van de enkelvoudige kamer w.g. Rietveld griffier Uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2026 1064