Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2026:592 ECLI:NL:RVS:2026:592 AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:592 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2026:592
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202501197/2/V1. Datum uitspraak: 4 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [verzoeker], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 29 januari 2025 in zaak nr. NL23.6222 in het geding tussen: verzoeker en de minister van Asiel en Migratie.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2026:592 · Raad van State: 202501197/2/V1. Datum uitspraak: 4 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [verzoeker], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 29 januari 2025 in zaak nr. NL23.6222 in het geding tussen: verzoeker en de minister van Asiel en Migratie.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202501197/2/V1. Datum uitspraak: 4 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [verzoeker], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 29 januari 2025 in zaak nr. NL23.6222 in het geding tussen: verzoeker en de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verzoeker opgedragen om Nederland en de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij uitspraak van 29 januari 2025 heeft de rechtbank het door verzoeker daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen 1. Verzoeker verzoekt de voorzieningenrechter om de rechtsgevolgen van het terugkeerbesluit en het inreisverbod te schorsen totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

2. Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.E. de Ruijter, griffier. w.g. Van Breda voorzieningenrechter w.g. De Ruijter griffier Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2026 887-1174