Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2026:571 ECLI:NL:RVS:2026:571 AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:571 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2026:571
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Procesverloop Bij besluit van 16 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat verzoeker geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft. Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 28 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd voor zover daarin is beslist dat verzoeker zich naar Polen moet begeven en het beroep voor het overige ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2026:571 · Raad van State: Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 28 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd voor zover daarin is beslist dat verzoeker zich naar Polen moet begeven en het beroep voor het overige ongegrond verklaard.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

BRS.25.002675 ECLI:NL:RVS:2026:571 Datum uitspraak: 4 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [betrokkene], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 28 november 2025 in zaak nr. NL24.42290 in het geding tussen: [betrokkene] en de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop Bij besluit van 16 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat verzoeker geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft. Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 28 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd voor zover daarin is beslist dat verzoeker zich naar Polen moet begeven en het beroep voor het overige ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Uit het onderzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2. Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Nederhoff, griffier. w.g. Drop voorzieningenrechter w.g. Nederhoff griffier Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2026 1125-918