Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2026:4005 ECLI:NL:RVS:2026:4005 AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:4005 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2026:4005
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202503463/1/A2. Datum uitspraak: 15 juli 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, en het college van bestuur van het ROC Da Vinci College, verweerder. Procesverloop Bij brief van 11 juli 2024 heeft het college aan [appellant] een schriftelijke waarschuwing gegeven. Tegen de schriftelijke waarschuwing heeft [appellant] bezwaar gemaakt Bij beslissing van 4 september 2024 heeft het college dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beslissing heeft [appellant] beroep ingesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:4005 · Raad van State: Daarbij komt dat het bezwaarschrift later dan zes weken na de schriftelijke waarschuwing is ingediend. Dit betekent dat het bezwaar ook niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202503463/1/A2. Datum uitspraak: 15 juli 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, en het college van bestuur van het ROC Da Vinci College, verweerder. Procesverloop Bij brief van 11 juli 2024 heeft het college aan [appellant] een schriftelijke waarschuwing gegeven. Tegen de schriftelijke waarschuwing heeft [appellant] bezwaar gemaakt Bij beslissing van 4 september 2024 heeft het college dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beslissing heeft [appellant] beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend. [appellant] heeft nadere stukken overgelegd. De Afdeling heeft de zaken 202503463/1/A2, 202503587/1/A2 en 202504996/1/A2 gelijktijdig op een zitting behandeld op 21 mei 2026, waar [appellant] en het college, vertegenwoordigd door mr. B.F.P.M. Lathouwers en H. Raaijmakers, zijn verschenen. Overwegingen Inleiding 1. [appellant] is in augustus 2023 begonnen aan een opleiding Pedagogisch Werk aan het Da Vinci College. Het college heeft [appellant] op 11 april 2024 een schriftelijke waarschuwing gegeven wegens overtredingen van artikel 13 van het Studentenstatuut en artikel 8.2 van de Gedragscode ICT-faciliteiten.

Aan de waarschuwing heeft het college ten grondslag gelegd dat het gedrag van [appellant] als grensoverschrijdend wordt ervaren en dat hij op het internet negatieve en onjuiste uitlatingen heeft gedaan over het bestuur, de medewerkers en studenten van het Da Vinci College. 2. [appellant] heeft op 26 augustus 2024 bezwaar gemaakt tegen de schriftelijke waarschuwing van 11 juli 2024. Bij beslissing van 4 september 2024 heeft het college dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Aan deze beslissing heeft het college ten grondslag gelegd dat de waarschuwing geen beslissing is waartegen bezwaar openstaat.

Daarbij komt dat het bezwaarschrift later dan zes weken na de schriftelijke waarschuwing is ingediend. Dit betekent dat het bezwaar ook niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

3. De Afdeling komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van [appellant] niet-ontvankelijk is omdat hij geen procesbelang meer heeft. Hierna legt de Afdeling uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

4. Procesbelang is het belang dat een appellant heeft bij de uitkomst van een procedure. Dit betekent dat het doel dat de appellant voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de appellant van feitelijke betekenis is. Degene die opkomt tegen een besluit heeft belang bij een beoordeling van diens rechtsmiddel, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is vervallen. Als er geen procesbelang (meer) bestaat, is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. De vraag of er procesbelang is, wordt beantwoord naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak. Alleen de eventueel principiële betekenis van een uitspraak is geen reden om toch inhoudelijk uitspraak te doen.

5. Op 20 september 2024 heeft het college de inschrijving van [appellant] beëindigd. Bij uitspraak van 11 juni 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:2510) heeft de Afdeling deze beslissing in stand gelaten. Bij uitspraak van vandaag in zaaknummer 202503587/1/A2 (ECLI:NL:RVS:2026:4006) heeft de Afdeling het verzoek van [appellant] om deze uitspraak te herzien, afgewezen. Omdat [appellant] als gevolg van de verwijdering geen student meer is aan het Da Vinci College, heeft hij geen belang meer bij een oordeel van de Afdeling over de vraag of het college zijn bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

6. Het beroep is niet-ontvankelijk.

7. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het college heeft de Afdeling verzocht om [appellant] te veroordelen in de proceskosten wegens misbruik van procesrecht. De Afdeling heeft bij uitspraak van vandaag (ECLI:NL:RVS:2026:4006) geoordeeld geen aanleiding te zien om op dit moment aan te nemen dat [appellant] misbruik maakt van zijn procesrecht en om die reden over te gaan tot een proceskostenveroordeling. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. W. den Ouden, voorzitter, en mr. P.H.A. Knol en mr. J.J.W.P. van Gastel, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Rietveld, griffier. w.g. Den Ouden voorzitter w.g. Rietveld griffier Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2026 1064