Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2026:3875 ECLI:NL:RVS:2026:3875 AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:3875 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2026:3875
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202307151/3/V1. Datum uitspraak: 3 juli 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [verzoeker], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 25 oktober 2023 in zaak nr. NL23.7371 in het geding tussen: verzoeker en de minister van Asiel en Migratie.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2026:3875 · Raad van State: 202307151/3/V1. Datum uitspraak: 3 juli 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [verzoeker], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 25 oktober 2023 in zaak nr. NL23.7371 in het geding tussen: verzoeker en de minister van Asiel en Migratie.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202307151/3/V1. Datum uitspraak: 3 juli 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [verzoeker], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 25 oktober 2023 in zaak nr. NL23.7371 in het geding tussen: verzoeker en de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop Bij besluit van 10 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen. Bij besluit van 6 maart 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 25 oktober 2023 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Verzoeker heeft bij brief van 14 juni 2026 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Bij brief van 2 juni 2026 heeft de Afdeling aan partijen bericht dat zij voornemens is om in deze zaak prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie. In reactie daarop verzoekt verzoeker de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat de minister haar voor de duur van de procedure in hoger beroep moet behandelen als ware aan haar een artikel 9-document verschaft.

Gelet op de aangevoerde en niet onderbouwde belangen van verzoeker, wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.

2. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, griffier. w.g. Ristra-Peeters voorzieningenrechter w.g. Zwemstra griffier Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2026 91-1097