ECLI:NL:RVS:2026:3760 · Raad van State
Legislator summary
AI generatedBij besluit van 9 april 2025 heeft de minister het daartegen door betrokkenen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 7 mei 2026 heeft de rechtbank het daartegen door berokkenen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft referent hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Wat u in het hogerberoepschrift hebt aangevoerd, voldoet niet aan de wet (artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000). Volgens de wet moet iemand die hoger beroep instelt, uitleggen op welk punt de uitspraak van de rechtbank niet juist is en waarom dat volgens hem zo is.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RVS:2026:3760 · Raad van State: Bij uitspraak van 7 mei 2026 heeft de rechtbank het daartegen door berokkenen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft referent hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Wat u in het hogerberoepschrift hebt aangevoerd, voldoet niet aan de wet (artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000). Volgens de wet moet iemand die hoger beroep instelt, uitleggen op welk punt de uitspraak van de rechtbank niet juist is en waarom dat volgens hem zo is.
Full text
BRS.26.002748 ECLI:NL:RVS:2026:3760 Datum uitspraak: 1 juli 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [referent], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 7 mei 2026 in zaak nr. NL25.20993 in het geding tussen: [betrokkene 1] en [betrokkene 2] (betrokkenen) en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 15 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 9 april 2025 heeft de minister het daartegen door betrokkenen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 7 mei 2026 heeft de rechtbank het daartegen door berokkenen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft referent hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Wat u in het hogerberoepschrift hebt aangevoerd, voldoet niet aan de wet (artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000). Volgens de wet moet iemand die hoger beroep instelt, uitleggen op welk punt de uitspraak van de rechtbank niet juist is en waarom dat volgens hem zo is.
Dat hebt u niet gedaan. In hoger beroep legt u niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens u niet juist is. Omdat het hogerberoepschrift dus niet aan de eisen van de wet voldoet, kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over uw hoger beroep.
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Hanrath griffier Uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2026 392