ECLI:NL:RVS:2026:3307 · Raad van State
Legislator summary
AI generated202406186/1/A3. Datum uitspraak: 3 juni 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in Zwolle, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 27 augustus 2024 in zaak nr. 23/1918 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Zwolle. Openbare zitting gehouden op 3 juni 2026 om 12:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. N. Verheij, voorzitter Staatsraad mr. M.C. Stoové, lid Staatsraad mr.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2026:3307 · Raad van State: 202406186/1/A3. Datum uitspraak: 3 juni 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in Zwolle, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 27 augustus 2024 in zaak nr. 23/1918 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Zwolle. Openbare zitting gehouden op 3 juni 2026 om 12:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. N. Verheij, voorzitter Staatsraad mr. M.C. Stoové, lid Staatsraad mr.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
202406186/1/A3. Datum uitspraak: 3 juni 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in Zwolle, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 27 augustus 2024 in zaak nr. 23/1918 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Zwolle. Openbare zitting gehouden op 3 juni 2026 om 12:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. N. Verheij, voorzitter Staatsraad mr. M.C. Stoové, lid Staatsraad mr.
J.A.W. Huijben, lid griffier: mr. A.G.L. Soetens Verschenen: [appellant], vertegenwoordigd door mr. Y. Seyran, advocaat in Arnhem; het college, vertegenwoordigd door A.J. Jaspers en M. van de Streek-van der Linde. Bij besluit van 20 april 2023 heeft het college een verzoek van [appellant] om hem in te schreven in de basisregistratie personen afgewezen, omdat [appellant] geen rechtmatig verblijf geniet. Bij besluit van 13 september 2023 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 27 augustus 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. Beslissing: De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak. Gronden: • Tijdens de zitting van de Afdeling is vastgesteld dat het hoger beroep van [appellant] zich beperkt tot het betoog dat het college niet heeft voldaan aan de vergewisplicht. • De Afdeling is van oordeel dat het college wel aan zijn vergewisplicht heeft voldaan. Het college heeft immers meermaals aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gevraagd of [appellant] rechtmatig verblijf heeft. Volgens de IND was daarvan steeds geen sprake.
De vergewisplicht gaat niet zo ver dat het college naar iedere mogelijke grond voor rechtmatig verblijf moet vragen. • Het hoger beroep is ongegrond. w.g. Verheij voorzitter w.g. Soetens griffier 1072