Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2026:3092 ECLI:NL:RVS:2026:3092 AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:3092 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2026:3092
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Artikel 3, vierde lid, onder d, van de Wrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 luidt: "De wrakingskamer kan zonder daartoe een zitting te houden beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het verzoek betrekking heeft op het college als zodanig." Het vijfde lid luidt: "Een verzoek om wraking van een of meer leden van de wrakingskamer wordt door de wrakingskamer niet voorgelegd aan een andere wrakingskamer indien zich een van de gevallen, bedoeld in het vierde lid, voordoet." 3. Het verzoek om wraking is naar zijn strekking gericht tegen alle leden van de Raad van State en daarmee tegen de Afdeling bestuursrechtspraak als zodanig. [verzoeker] heeft dit ook op de zitting bevestigd.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:15 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2026:3092 · Raad van State: Artikel 3, vierde lid, onder d, van de Wrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 luidt: "De wrakingskamer kan zonder daartoe een zitting te houden beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het verzoek betrekking heeft op het college als zodanig." Het vijfde lid luidt: "Een verzoek om wraking van een of meer leden van de wrakingskamer wordt door de wrakingskamer niet voorgelegd aan een andere wrakingskamer indien zich een van de gevallen, bedoeld in het vierde lid, voordoet." 3. Het verzoek om wraking is naar zijn strekking gericht tegen alle leden van de Raad van State en daarmee tegen de Afdeling bestuursrechtspraak als zodanig. [verzoeker] heeft dit ook op de zitting bevestigd.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:15 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum beslissing: 26 mei 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op een verzoek van: [verzoeker], wonend in [woonplaats], verzoeker, om toepassing van artikel 8:15 van de Awb.
artikel 8:15 van de Awb
Datum beslissing: 26 mei 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op een verzoek van: [verzoeker], wonend in [woonplaats], verzoeker, om toepassing van artikel 8:15 van de Awb.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2012:1059
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 12 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:1059) is de ratio van artikel 8:15 van de Awb blijkens de wetsgeschiedenis gelegen in het waken tegen inbreuken op de rechterlijke onpartijdigheid en tegen de schijn van rechterlijke partijdigheid.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202505467/4/A2. Datum beslissing: 26 mei 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op een verzoek van: [verzoeker], wonend in [woonplaats], verzoeker, om toepassing van artikel 8:15 van de Awb. Procesverloop Tijdens de zitting op 13 mei 2026 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad mr. J.M. Willems als voorzitter van de Afdeling belast met de behandeling van de zaak nr. 202505467/2/A2. De staatsraad heeft niet in de wraking berust.

De staatsraad heeft een schriftelijke reactie ingediend. De Afdeling heeft het wrakingsverzoek op een zitting behandeld op 26 mei 2026, waar [verzoeker], is verschenen. Op de zitting heeft [verzoeker] verzocht om wraking van de Raad van State, onder vermelding van zaak nr. 202505467/3/A2. Met de behandeling van die zaak zijn de staatsraden mr. J.Th. Drop, voorzitter, mr. A.B. Blomberg en mr. M.J.M. Ristra-Peeters als leden van de wrakingskamer belast. Beslissing Bij mondelinge beslissing van 26 mei 2026 heeft de Afdeling het verzoek om wraking buiten behandeling gelaten.

Overwegingen Daartoe heeft de Afdeling het volgende overwogen.

1. Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2. Artikel 3, vierde lid, onder d, van de Wrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 luidt: "De wrakingskamer kan zonder daartoe een zitting te houden beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het verzoek betrekking heeft op het college als zodanig." Het vijfde lid luidt: "Een verzoek om wraking van een of meer leden van de wrakingskamer wordt door de wrakingskamer niet voorgelegd aan een andere wrakingskamer indien zich een van de gevallen, bedoeld in het vierde lid, voordoet." 3. Het verzoek om wraking is naar zijn strekking gericht tegen alle leden van de Raad van State en daarmee tegen de Afdeling bestuursrechtspraak als zodanig. [verzoeker] heeft dit ook op de zitting bevestigd.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 12 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:1059) is de ratio van artikel 8:15 van de Awb blijkens de wetsgeschiedenis gelegen in het waken tegen inbreuken op de rechterlijke onpartijdigheid en tegen de schijn van rechterlijke partijdigheid. Een wrakingsgrond dient dan ook gelegen te zijn in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de persoon van de staatsraad die de zaak behandelt. Het verzoek kan dan ook niet het rechterlijk college als zodanig betreffen. Nu het verzoek van [verzoeker] is gericht tegen de Raad van State als geheel en daarmee tegen de Afdeling als zodanig, wordt het niet aangemerkt als een verzoek om wraking in de zin van de wet en kan het om die reden niet in behandeling worden genomen.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. A.B. Blomberg en mr. M.J.M. Ristra-Peeters, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.M.W. van Ewijk, griffier. w.g. Drop voorzitter w.g. Van Ewijk griffier 867