Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2026:2859 ECLI:NL:RVS:2026:2859 AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:2859 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2026:2859
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

de minister van Asiel en Migratie, 2. [betrokkene], appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 15 juli 2025 in zaak nr. NL25.15603 in het geding tussen: [betrokkene] en de minister. Procesverloop Bij besluit van 25 september 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 1 april 2025 heeft de minister het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 15 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

Legislator headnote

AI generated

artikel 64 van de Vw 2000; ECLI:NL:RVS:2026:2859 · Raad van State: Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). Het incidenteel hoger beroep van betrokkene 2. Het incidenteel hoger beroep van betrokkene leidt ook niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft ook niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het incidenteel hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

Keywords

AI generated
artikel 64 van de Vw 2000

Cited Legislation

AI generated
artikel 64 van de Vw 2000
Procesverloop Bij besluit van 25 september 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

BRS.25.001045 ECLI:NL:RVS:2026:2859 Datum uitspraak: 22 mei 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op de hoger beroepen van:

1. de minister van Asiel en Migratie, 2. [betrokkene], appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 15 juli 2025 in zaak nr. NL25.15603 in het geding tussen: [betrokkene] en de minister. Procesverloop Bij besluit van 25 september 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 1 april 2025 heeft de minister het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 15 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. S. Oukil, advocaat in Utrecht, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven en incidenteel hoger beroep ingesteld. Bij besluit van 9 maart 2026 heeft de minister het tegen het besluit van 25 september 2024 gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Betrokkene heeft daartegen beroepsgronden ingediend. De minister heeft daarop gereageerd. Overwegingen Het hoger beroep van de minister 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.

Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). Het incidenteel hoger beroep van betrokkene 2. Het incidenteel hoger beroep van betrokkene leidt ook niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft ook niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het incidenteel hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

3. Het hogerberoepschrift en het incidenteel hogerberoepschrift roepen verder geen vragen op over de uitleg of de geldigheid van een bepaling van Unierecht (arrest van het Hof van Justitie van 24 maart 2026, Remling, ECLI:EU:C:2026:243, punt 24). Conclusie hoger beroepen 4. Het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep zijn ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister moet de proceskosten vergoeden. Het beroep tegen het besluit van 9 maart 2026 5. De minister heeft het besluit van 9 maart 2026 genomen ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank.

De Afdeling verwijst het beroep naar de rechtbank om door haar te worden behandeld (artikel 6:19, eerste en vijfde lid, van de Awb). Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bevestigt de aangevallen uitspraak; II. verwijst het beroep tegen het besluit van 9 maart 2026, V-[…], ter behandeling en beslissing naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht; III. veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. bepaalt dat van de minister van Asiel en Migratie een griffierecht van € 579,00 wordt geheven. Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier. w.g. Meijer lid van de enkelvoudige kamer w.g. Schipper griffier Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2026 872