Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2026:275 ECLI:NL:RVS:2026:275 AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:275 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2026:275
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202600090/1/A2. Datum uitspraak: 16 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: 1. [appellant sub 1], wonend in [woonplaats], 2. [appellant sub 2], wonend in [woonplaats], appellanten, en het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Amsterdam, verweerder. Openbare zitting gehouden op 16 januari 2026 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer griffier: mr.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:1 van de Awb, artikel 1:2 van de Awb, artikel 11 van het EVRM, artikel 11 EVRM; ECLI:NL:RVS:2026:275 · Raad van State: Uit artikel G 5 van de Kieswet, gelezen in samenhang met artikel 8:1 van de Awb, volgt dat slechts een belanghebbende beroep kan instellen tegen een besluit op een verzoek een aanduiding te registreren als bedoeld in artikel G 3, eerste lid, van de Kieswet. Onder een belanghebbende wordt ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:1 van de Awb artikel 1:2 van de Awb artikel 11 van het EVRM artikel 11 EVRM

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 16 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: 1.
artikel 8:1 van de Awb
Uit artikel G 5 van de Kieswet, gelezen in samenhang met artikel 8:1 van de Awb, volgt dat slechts een belanghebbende beroep kan instellen tegen een besluit op een verzoek een aanduiding te registreren als bedoeld in artikel G 3, eerste lid, van de Kieswet.
artikel 1:2 van de Awb
Gelet hierop kunnen [appellant sub 1] en [appellant sub 2] niet worden aangemerkt als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van de Awb, zodat voor hen in persoon geen beroep openstaat tegen het besluit van het centraal stembureau van 29 december 2025.
artikel 11 van het EVRM
Het enkele feit dat De Groenen niet met de door haar gewenste aanduiding kan meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen, betekent niet dat er sprake is van schending van artikel 11 van het EVRM.
artikel 11 EVRM
Voor zover het niet in behandeling nemen van het verzoek een inbreuk op artikel 11 EVRM oplevert, vormt de noodzaak om vast te stellen wie de rechtmatige vertegenwoordiger is van de vereniging een beperking die noodzakelijk en proportioneel is.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2010:BL0688
Procesverloop Bij besluit van 15 december 2009, bekend gemaakt op 30 december 2009, heeft het centraal stembureau voor verkiezing van de leden van de gemeenteraad van de gemeente Doetinchem (hierna: het centraal stembureau) een verzoek van de vereniging Vereniging Oppositie kan Altijd (hierna: de vOKA) om registratie van de aanduiding "OPPOSITIE KAN ALTIJD (O.K.A.)" buiten behandeling gelaten. Tegen dit besluit heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 5 januari 2010, beroep ingesteld. Het centraal stembureau heeft een verweerschrift ingediend.
ECLI:NL:RVS:2025:3620
202503848/1/A2. Datum uitspraak: 1 augustus 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: De Groenen, gevestigd in Utrecht, appellante, en de Kiesraad, handelend als centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (hierna: de Kiesraad), verweerder. Procesverloop Bij besluit van 30 juni 2025 heeft de Kiesraad het verzoek van De Groenen tot opneming van een logo in het register van aanduidingen ten behoeve van de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal buiten behandeling gelaten.
ECLI:NL:RVS:2026:261
202506103/1/A2. Datum uitspraak: 16 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: de vereniging Burgerbelangen Almelo (hierna: de vereniging), gevestigd in Almelo, appellante, en het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Almelo, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 15 december 2025 heeft het centraal stembureau een verzoek van de vereniging tot inschrijving van de aanduiding ‘Burgerbelangen Almelo (BBA)’, waarmee zij voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Almelo op 18 maart 2026 op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, in het daartoe door het centraal stembureau bijgehouden register afgewezen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202600090/1/A2. Datum uitspraak: 16 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: 1. [appellant sub 1], wonend in [woonplaats], 2. [appellant sub 2], wonend in [woonplaats], appellanten, en het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Amsterdam, verweerder. Openbare zitting gehouden op 16 januari 2026 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer griffier: mr.

A.S. Rietveld Verschenen: [appellant sub 1]; [appellant sub 2]; het centraal stembureau, vertegenwoordigd door drs. E.H.G. Schmitz, B.J.L. Kuijer en H.L. Krans; de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. drs. A.J. Trouborst en mr. M. Mangert. Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 29 december 2025, waarbij het verzoek van de politieke organisatie De Groenen (hierna: de vereniging) buiten behandeling is gesteld. De vereniging heeft het centraal stembureau verzocht om de aanduiding ‘De Groenen' in het daartoe door het centraal stembureau bijgehouden register in te schrijven.

Met deze aanduiding wil de vereniging worden vermeld op de kandidatenlijst tijdens de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Amsterdam op 18 maart 2026. Beslissing De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Daartoe overweegt zij het volgende: [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben in het beroepschrift aangegeven dat zij de partijvoorzitter en penningmeester van de vereniging zijn. In het beroepschrift hebben zij echter nadrukkelijk te kennen gegeven dat zij voor zichzelf beroep hebben ingesteld en niet namens de vereniging.

Uit artikel G 5 van de Kieswet, gelezen in samenhang met artikel 8:1 van de Awb, volgt dat slechts een belanghebbende beroep kan instellen tegen een besluit op een verzoek een aanduiding te registreren als bedoeld in artikel G 3, eerste lid, van de Kieswet. Onder een belanghebbende wordt ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.

Het belang van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] bij het buiten behandeling laten van het verzoek om registratie van de aanduiding onderscheidt zich niet van het belang van andere burgers of kiesgerechtigden in de gemeente Amsterdam daarbij. Voor zover hun belangen als bestuursleden van de vereniging wel onderscheidend zijn ten opzichte van die van anderen, is sprake van een van de vereniging afgeleid belang en niet een eigen en rechtstreeks belang van [appellant sub 1] en [appellant sub 2]. Dat zij in het verzoek staan aangewezen als gemachtigden van de vereniging om de aanduiding ‘De Groenen’ boven de kandidatenlijst te plaatsen, maakt dit niet anders.

Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 18 januari 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL0688. Gelet hierop kunnen [appellant sub 1] en [appellant sub 2] niet worden aangemerkt als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van de Awb, zodat voor hen in persoon geen beroep openstaat tegen het besluit van het centraal stembureau van 29 december 2025. Ten overvloede merkt de Afdeling nog het volgende op. Zoals zij in haar uitspraak van 1 augustus 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3620) heeft geoordeeld mag het centraal stembureau afgaan op de gegevens van de Kamer van Koophandel in het handelsregister.

Ten tijde van het nemen van het bestreden besluit waren er geen bestuursleden van de vereniging geregistreerd in het handelsregister. De weigering van de Kamer van Koophandel om de bestuursleden van de vereniging te registreren is meermaals door het College van Beroep voor het bedrijfsleven als rechtmatig beoordeeld. Daardoor kon het centraal stembureau niet vaststellen of [appellant sub 1] en [appellant sub 2] daadwerkelijk het bevoegde bestuur van de politieke groepering vormen. Het centraal stembureau heeft het verzoek om die reden terecht buiten behandeling gesteld.

Het enkele feit dat De Groenen niet met de door haar gewenste aanduiding kan meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen, betekent niet dat er sprake is van schending van artikel 11 van het EVRM. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 16 januari 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:261, overweging 7). Voor zover het niet in behandeling nemen van het verzoek een inbreuk op artikel 11 EVRM oplevert, vormt de noodzaak om vast te stellen wie de rechtmatige vertegenwoordiger is van de vereniging een beperking die noodzakelijk en proportioneel is. Ten slotte merkt de Afdeling op dat de verwijzing van de vereniging naar het arrest van het EHRM van 8 oktober 2009 in de zaak Tebieti Mühafize Cemiyyeti en Israfilov tegen Azerbeidzjan (CE:ECHR:2009:1008JUD003708303) niet opgaat.

Die zaak had betrekking op de vraag of een vereniging door de staat mocht worden ontbonden. Daarvan is in deze zaak geen sprake. w.g. Daalder lid van de enkelvoudige kamer w.g. Rietveld griffier 1064