Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2026:2680 ECLI:NL:RVS:2026:2680 AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:2680 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2026:2680
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202504615/2/A3. Datum beslissing: 11 mei 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het hoger beroep van: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland­-West-­Brabant van 1 juli 2025 in zaak nr. 24/7879 in het geding tussen: [appellant] en de minister van Defensie. Procesverloop c De minister heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:29 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2026:2680 · Raad van State: 202504615/2/A3. Datum beslissing: 11 mei 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het hoger beroep van: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland­-West-­Brabant van 1 juli 2025 in zaak nr. 24/7879 in het geding tussen: [appellant] en de minister van Defensie. Procesverloop c De minister heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

Keywords

AI generated
artikel 8:29 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:29 van de Awb
Procesverloop c De minister heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202504615/2/A3. Datum beslissing: 11 mei 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het hoger beroep van: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland­-West-­Brabant van 1 juli 2025 in zaak nr. 24/7879 in het geding tussen: [appellant] en de minister van Defensie. Procesverloop c De minister heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

Het betreft de stukken die de minister aan zijn besluit om de verklaring van geen bezwaar in te trekken ten grondslag heeft gelegd, zoals onder meer veldonderzoeken (bijlagen A, B, C en D). Overwegingen 1. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. Die gewichtige redenen zijn volgens de minister dat de bronnen en werkwijzen moeten worden beschermd omdat anders de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) zijn taak niet goed kan doen.

2. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

3. De Afdeling heeft kennisgenomen van de schone versie van de bijlagen A, B, C en D. Zij stelt vast dat de passages die de minister geheim wil houden de namen van derden bevatten en informatie die inzicht kan geven in de bronnen en werkwijze van de MIVD. Als [appellant] kennis zou nemen van deze informatie zou dat de effectieve uitvoering van de taken van de MIVD kunnen belemmeren. Naar het oordeel van de Afdeling weegt in dit geval het belang van de minister bij de bescherming van de bronnen en de werkwijze van het inlichtingenwerk zwaarder dan het belang dat [appellant] kennis neemt van de stukken.

4. De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek toe. Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, griffier. w.g. De Moor-van Vugt lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer w.g. Van Tuyll van Serooskerken griffier Uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2026 290