Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2026:2237 ECLI:NL:RVS:2026:2237 AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:2237 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2026:2237
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202404137/1/A3. Datum uitspraak: 16 april 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) op het verzoek van: [verzoeker], wonend in [woonplaats], verzoeker, om herziening (artikel 8:119 van de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 26 juni 2024 in zaak nr. 202204688/1/A3. Openbare zitting gehouden op 16 april 2026 om 14:45 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer Griffier: mr. R.F.J. Bindels Jurist: mr. J. Zonneveld Verschenen: [verzoeker]; De korpschef van de politie, vertegenwoordigd door mr. P.G.M. van der Voorn en mr. T. Gillhaus, advocaten in Den Haag. ==================================== Bij uitspraak van 26 juni 2024, in zaak nr. 202204688/1/A3, heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 15 juli 2022 ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Beslissing De Afdeling wijst het verzoek af. Motivering 1. In de uitspraak van 26 juni 2024 heeft de Afdeling geoordeeld dat in het mutatierapport van de politie van 30 september 2020 alleen professionele indrukken, meningen of conclusies zijn opgenomen. Het is een weergave van de indrukken en conclusies van de politieambtenaren die zijn afgegaan op een melding van ruzie in de woning. De gegevens in het mutatierapport zijn gebaseerd op hoe de politieambtenaren nadat de melding is gedaan de situatie hebben ervaren en hoe zij hebben gehandeld. De korpschef heeft de gegevens daarom niet hoeven wijzigen. 2. [verzoeker] stelt dat uit geluidsopnamen volgt dat het mutatierapport niet klopt en dat wat de politieambtenaren hierin hebben opgeschreven onjuist is. Ook zou de ruzie niet in de woning maar op straat hebben plaatsgevonden. [verzoeker] verzoekt daarom om herziening van de uitspraak. 3. Wat [verzoeker] in zijn herzieningsverzoek aanvoert is een herhaling van wat hij op de zitting bij de Afdeling, die heeft geleid tot de uitspraak van 26 juni 2024, uitgebreid heeft uiteengezet. Daarmee heeft de Afdeling in haar uitspraak, gelet op wat onder 4.3 in die uitspraak is overwogen, rekening gehouden. Dit is onvoldoende grond voor herziening van de uitspraak. Herziening is alleen mogelijk op grond van feiten en omstandigheden, als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Wat [verzoeker] aanvoert, is niet als zodanige feiten en omstandigheden aan te merken. 4. Het verzoek van [verzoeker] moet worden afgewezen. 5. De korpschef hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. Minderhoud lid van de enkelvoudige kamer w.g. Bindels griffier 85-1104

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:119 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2026:2237 · Raad van State: 202404137/1/A3. Datum uitspraak: 16 april 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) op het verzoek van: [verzoeker], wonend in [woonplaats], verzoeker, om herziening (artikel 8:119 van de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 26 juni 2024 in zaak nr. 202204688/1/A3. Openbare zitting gehouden op 16 april 2026 om 14:45 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer Griffier: mr. R.F.J. Bindels Jurist: mr. J. Zonneveld Verschenen: [verzoeker]; De korpschef van de politie, vertegenwoordigd door mr. P.G.M. van der Voorn en mr. T. Gillhaus, advocaten in Den Haag. ==================================== Bij uitspraak van 26 juni 2024, in zaak nr. 202204688/1/A3, heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 15 juli 2022 ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Beslissing De Afdeling wijst het verzoek af. Motivering 1. In de uitspraak van 26 juni 2024 heeft de Afdeling geoordeeld dat in het mutatierapport van de politie van 30 september 2020 alleen professionele indrukken, meningen of conclusies zijn opgenomen. Het is een weergave van de indrukken en conclusies van de politieambtenaren die zijn afgegaan op een melding van ruzie in de woning. De gegevens in het mutatierapport zijn gebaseerd op hoe de politieambtenaren nadat de melding is gedaan de situatie hebben ervaren en hoe zij hebben gehandeld. De korpschef heeft de gegevens daarom niet hoeven wijzigen. 2. [verzoeker] stelt dat uit geluidsopnamen volgt dat het mutatierapport niet klopt en dat wat de politieambtenaren hierin hebben opgeschreven onjuist is. Ook zou de ruzie niet in de woning maar op straat hebben plaatsgevonden. [verzoeker] verzoekt daarom om herziening van de uitspraak. 3. Wat [verzoeker] in zijn herzieningsverzoek aanvoert is een herhaling van wat hij op de zitting bij de Afdeling, die heeft geleid tot de uitspraak van 26 juni 2024, uitgebreid heeft uiteengezet. Daarmee heeft de Afdeling in haar uitspraak, gelet op wat onder 4.3 in die uitspraak is overwogen, rekening gehouden. Dit is onvoldoende grond voor herziening van de uitspraak. Herziening is alleen mogelijk op grond van feiten en omstandigheden, als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Wat [verzoeker] aanvoert, is niet als zodanige feiten en omstandigheden aan te merken. 4. Het verzoek van [verzoeker] moet worden afgewezen. 5. De korpschef hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. Minderhoud lid van de enkelvoudige kamer w.g. Bindels griffier 85-1104

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:119 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:119 van de Awb

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text