Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2026:2225 ECLI:NL:RVS:2026:2225 AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:2225 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2026:2225
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. R.W.J.L. Loonen, advocaat in Sittard, hoger beroep ingesteld. Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft appellant zich nader uitgelaten. Overwegingen 1. De termijn voor het instellen van het hoger beroep eindigde op 12 januari 2026. Op die dag heeft appellant aan de Afdeling alleen de aangevallen uitspraak toegestuurd. Appellant is daar telefonisch op gewezen. Het hogerberoepschrift is pas op 13 januari 2026 bij de Raad van State binnengekomen. Appellant heeft het hoger beroepschrift daarom niet op tijd ingediend.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:2225 · Raad van State: R.W.J.L. Loonen, advocaat in Sittard, hoger beroep ingesteld. Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft appellant zich nader uitgelaten. Overwegingen 1. De termijn voor het instellen van het hoger beroep eindigde op 12 januari 2026. Op die dag heeft appellant aan de Afdeling alleen de aangevallen uitspraak toegestuurd. Appellant is daar telefonisch op gewezen. Het hogerberoepschrift is pas op 13 januari 2026 bij de Raad van State binnengekomen. Appellant heeft het hoger beroepschrift daarom niet op tijd ingediend.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

BRS.26.000125 ECLI:NL:RVS:2026:2225 Datum uitspraak: 23 april 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 15 december 2025 in zaak nr. NL24.7507 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 24 juli 2025 heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten. Bij uitspraak van 15 december 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. R.W.J.L. Loonen, advocaat in Sittard, hoger beroep ingesteld. Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft appellant zich nader uitgelaten. Overwegingen 1. De termijn voor het instellen van het hoger beroep eindigde op 12 januari 2026. Op die dag heeft appellant aan de Afdeling alleen de aangevallen uitspraak toegestuurd. Appellant is daar telefonisch op gewezen. Het hogerberoepschrift is pas op 13 januari 2026 bij de Raad van State binnengekomen. Appellant heeft het hoger beroepschrift daarom niet op tijd ingediend.

In wat appellant heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Er doen zich in dit geval geen Bahaddar-omstandigheden voor als bedoeld in de uitspraak van de Afdeling van 22 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1664.

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van S. van Dijk LLM, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van Dijk griffier Uitgesproken in het openbaar op 23 april 2026 967