Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2026:2129 ECLI:NL:RVS:2026:2129 AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:2129 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2026:2129
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202402170/2/A3. Datum uitspraak: 10 april 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) in het geding tussen: de korpschef van de politie, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 februari 2024 in zaak nr. 23/744 in het geding tussen: [wederpartij] en de korpschef. Openbare zitting gehouden op 10 april 2026 om 14:00 uur.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:29 van de Awb, artikel 6:24 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2026:2129 · Raad van State: 202402170/2/A3. Datum uitspraak: 10 april 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) in het geding tussen: de korpschef van de politie, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 februari 2024 in zaak nr. 23/744 in het geding tussen: [wederpartij] en de korpschef. Openbare zitting gehouden op 10 april 2026 om 14:00 uur.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:29 van de Awb artikel 6:24 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:29 van de Awb
De rechtbank heeft per ongeluk de op de zaak betrekking hebbende stukken, die de korpschef met een beroep op artikel 8:29 van de Awb heeft overgelegd, aan [wederpartij] doorgezonden.
artikel 6:24 van de Awb

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202402170/2/A3. Datum uitspraak: 10 april 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) in het geding tussen: de korpschef van de politie, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 februari 2024 in zaak nr. 23/744 in het geding tussen: [wederpartij] en de korpschef. Openbare zitting gehouden op 10 april 2026 om 14:00 uur.

Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter griffier: mr. A.G.L. Soetens Verschenen: De korpschef, vertegenwoordigd door mr. I. Middelbrink; [wederpartij], vertegenwoordigd door mr. H. van Drunen, rechtsbijstandverlener in Utrecht; [wederpartij] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 29 februari 2024. De rechtbank heeft per ongeluk de op de zaak betrekking hebbende stukken, die de korpschef met een beroep op artikel 8:29 van de Awb heeft overgelegd, aan [wederpartij] doorgezonden. [wederpartij] heeft deze stukken vervolgens op zijn website gepubliceerd.

De korpschef heeft de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening een ordemaatregel te treffen, die ertoe strekt [wederpartij] te verplichten om de publicatie van geheime stukken op zijn website te doen laten verwijderen en verwijderd te houden tot het moment waarop de Afdeling in einduitspraak heeft gedaan en als de Afdeling beslist tot gegrondverklaring van het hoger beroep en niet zelf in de zaak voorziet, tot het moment waarop de korpschef een nieuw besluit op het verzoek heeft genomen en dat besluit formele rechtskracht heeft gekregen.

Beslissing De voorzieningenrechter I. wijst het verzoek af; II. veroordeelt de korpschef van de politie tot vergoeding van bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand; Gronden: De gevraagde voorlopige voorziening bevindt zich niet binnen het bereik van het door de rechtbank beoordeelde besluit, dan wel de na de rechtbankuitspraak genomen besluiten, die op grond van artikel 6:24 van de Awb gelezen in samenhang met artikel 6:19, eerste lid, van de Awb mede worden beoordeeld in de hoofdzaak. w.g.

Borman voorzieningenrechter w.g. Soetens griffier 1072