Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2026:2108 ECLI:NL:RVS:2026:2108 AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:2108 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2026:2108
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A.A. Hardoar, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over de vraag of het Justitieel Complex Schiphol een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is in de zin van de Opvangrichtlijn.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:2108 · Raad van State: A.A. Hardoar, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over de vraag of het Justitieel Complex Schiphol een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is in de zin van de Opvangrichtlijn.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2025:258
202407479/1/V3. Datum uitspraak: 29 januari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 11 december 2024 in zaak nr. NL24.47085 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de minister. Procesverloop Bij besluit van 22 november 2024 heeft de minister de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 11 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van 11 december 2024 bevolen en schadevergoeding toegekend.
ECLI:NL:RVS:2025:789
202500661/1/V3. Datum uitspraak: 26 februari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 31 januari 2025 in zaak nr. NL25.511 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de minister. Procesverloop Bij besluit van 1 januari 2025 heeft de minister de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 31 januari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend.
ECLI:NL:RBDHA:2025:4570
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL25.6640 Verwijzingsbeslissing van de meervoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , V-nummer: [nummer] , eiseres (gemachtigde: mr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

BRS.26.001397 ECLI:NL:RVS:2026:2108 Datum uitspraak: 17 april 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 16 maart 2026 in zaak nr. NL26.10310 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 12 februari 2026 heeft de minister appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 16 maart 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A.A. Hardoar, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over de vraag of het Justitieel Complex Schiphol een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is in de zin van de Opvangrichtlijn.

De Afdeling heeft deze vraag beantwoord in de uitspraken van 29 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:258, onder 4 tot en met 4.4.2, en 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:789, onder 3 tot en met 3.7.2. Zij heeft in de uitspraak van 26 februari 2025 ook uitgelegd waarom zij geen aanleiding ziet om hierover prejudiciële vragen te stellen. Daarnaast wijst de Afdeling op de verwijzingsuitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 20 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:4570.

2. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de grensdetentie onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Kraak, griffier. w.g. De Poorter lid van de enkelvoudige kamer w.g. Kraak griffier Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2026 1020