ECLI:NL:RVS:2026:2004 · Raad van State
Legislator summary
AI generatedProcesverloop Bij besluit van 18 juli 2024 heeft het COa bepaald dat het verzoeker overplaatst naar een opvangvoorziening voor meerderjarigen. Bij uitspraak van 17 februari 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoeker heeft nadere stukken ingediend. Overwegingen 1. Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2026:2004 · Raad van State: Bij uitspraak van 17 februari 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoeker heeft nadere stukken ingediend. Overwegingen 1. Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
BRS.26.001275 ECLI:NL:RVS:2026:2004 Datum uitspraak: 15 april 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [verzoeker], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 17 februari 2026 in zaak nr. 24/12913 in het geding tussen: verzoeker en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Procesverloop Bij besluit van 18 juli 2024 heeft het COa bepaald dat het verzoeker overplaatst naar een opvangvoorziening voor meerderjarigen. Bij uitspraak van 17 februari 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoeker heeft nadere stukken ingediend. Overwegingen 1. Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Het COa hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.S. van den Oosterkamp, griffier. w.g. Den Heyer voorzieningenrechter w.g. Van den Oosterkamp griffier Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026 941-1046