ECLI:NL:RVS:2026:1014 · Raad van State
Legislator summary
AI generated202305603/1/V1. Datum uitspraak: 25 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 31 juli 2023 in zaak nr. 22/4211 in het geding tussen: appellant en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Procesverloop Bij besluit van 16 januari 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.803,33. Bij uitspraak van 31 juli 2023 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RVS:2026:1014 · Raad van State: 202305603/1/V1. Datum uitspraak: 25 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 31 juli 2023 in zaak nr. 22/4211 in het geding tussen: appellant en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Procesverloop Bij besluit van 16 januari 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.803,33. Bij uitspraak van 31 juli 2023 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Cited Case Law
AI generatedFull text
202305603/1/V1. Datum uitspraak: 25 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 31 juli 2023 in zaak nr. 22/4211 in het geding tussen: appellant en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Procesverloop Bij besluit van 16 januari 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.803,33. Bij uitspraak van 31 juli 2023 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. D.P.J. Grommen, advocaat in Roermond, hoger beroep ingesteld. Het COa en appellant hebben nadere stukken ingediend. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 1.1.
Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:140, over de eigen bijdrage in de kosten van de opvang als een vreemdeling beschikt over vermogen na het ontvangen van een dwangsom). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het COa hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Gerritsjans-van Essen, griffier. w.g. Van Gastel lid van de enkelvoudige kamer w.g. Gerritsjans-van Essen griffier Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026 1078