Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:753 ECLI:NL:RVS:2025:753 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:753 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:753
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202304960/3/R4. Datum uitspraak: 26 februari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: Bungalowpark de Molenpolder B.V., gevestigd in Maarssen, gemeente Stichtse Vecht, nu: [appellante], wonend in Tienhoven, gemeente Stichtse Vecht, appellante, en de raad van de gemeente Stichtse Vecht, verweerder. Procesverloop Bij tussenuitspraak van 3 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2714, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na verzending van deze tussenuitspraak het daar omschreven gebrek in het besluit van 30 mei 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening" te herstellen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 3:46 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2025:753 · Raad van State: De tussenuitspraak verplicht, gelet op artikel 8:51d, in samenhang gelezen met artikel 8:51a, tweede lid, van de Awb, de raad om het geconstateerde gebrek te herstellen binnen de daartoe gestelde termijn. De verlengde hersteltermijn eindigde op 4 februari 2025 en is ongebruikt verstreken. Daarom is niet voldaan aan de door de Afdeling in de tussenuitspraak gegeven opdracht. Het geconstateerde gebrek in het besluit van 30 mei 2023 is dus niet hersteld.

Keywords

AI generated
artikel 3:46 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 3:46 van de Awb
Het besluit van 30 mei 2023 moet wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb worden vernietigd, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Woongebied" voor het terrein Westbroekse Binnenweg 44.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2024:2714
202304960/1/R4 Datum uitspraak: 3 juli 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen: Bungalowpark de Molenpolder B.V., gevestigd in Maarssen, gemeente Stichtse Vecht, nu: [appellante], wonend in [woonplaats], gemeente Stichtse Vecht, appellante, en de raad van de gemeente Stichtse Vecht, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 30 mei 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft De Molenpolder beroep ingesteld.
ECLI:NL:RVS:2024:4003
202304960/2/R4. Datum beschikking: 4 oktober 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beschikking van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek van: de raad van de gemeente Stichtse Vecht, verzoeker, om verlenging (artikel 8:51a, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht) van de bij tussenuitspraak van 3 juli 2024 in zaak nr. 202304960/1/R4 bepaalde termijn voor het herstellen van het bij die uitspraak geconstateerde gebrek in het bestreden besluit. Procesverloop Bij tussenuitspraak van 3 juli 2024 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na de verzending daarvan het gebrek in het bestreden besluit te herstellen.
ECLI:NL:RVS:2024:1174
202108092/1/R2. Datum uitspraak: 27 maart 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellante], wonend te Tilburg, appellante, en de raad van de gemeente Tilburg, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 1 november 2021 heeft de raad van de gemeente Tilburg het bestemmingsplan "Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (Lange Nieuwstraat 156-158)" (hierna: het bestemmingsplan) vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld. De raad van de gemeente Tilburg heeft een verweerschrift ingediend. [appellante] en [partij A] hebben nadere stukken ingediend.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202304960/3/R4. Datum uitspraak: 26 februari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: Bungalowpark de Molenpolder B.V., gevestigd in Maarssen, gemeente Stichtse Vecht, nu: [appellante], wonend in Tienhoven, gemeente Stichtse Vecht, appellante, en de raad van de gemeente Stichtse Vecht, verweerder. Procesverloop Bij tussenuitspraak van 3 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2714, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na verzending van deze tussenuitspraak het daar omschreven gebrek in het besluit van 30 mei 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening" te herstellen.

Bij beschikking van 4 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4003, is de in de tussenuitspraak bepaalde termijn verlengd tot en met 4 februari 2025. Binnen de verlengde termijn is geen reactie ontvangen. Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) heeft de Afdeling bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. De Afdeling heeft onder 4.3 in de tussenuitspraak overwogen dat de raad niet heeft onderkend dat het bestemmingsplan tot een beperking van de bouwmogelijkheden voor [appellante] leidt en dat de raad geen deugdelijke motivering heeft gegeven voor het niet toekennen van de aanduiding "bouwvlak" aan haar perceel, kadastraal bekend gemeente Maarssen, sectie H, nummer 824.

De Afdeling heeft de raad in de gelegenheid gesteld dit gebrek te herstellen. Op verzoek van de raad heeft de Afdeling de gegeven termijn verlengd.

2. De tussenuitspraak verplicht, gelet op artikel 8:51d, in samenhang gelezen met artikel 8:51a, tweede lid, van de Awb, de raad om het geconstateerde gebrek te herstellen binnen de daartoe gestelde termijn. De verlengde hersteltermijn eindigde op 4 februari 2025 en is ongebruikt verstreken. Daarom is niet voldaan aan de door de Afdeling in de tussenuitspraak gegeven opdracht. Het geconstateerde gebrek in het besluit van 30 mei 2023 is dus niet hersteld.

3. Gelet op wat onder 4.3 in de tussenuitspraak is overwogen, heeft de raad het besluit van 30 mei 2023 niet deugdelijk gemotiveerd. Het beroep is gegrond. Het besluit van 30 mei 2023 moet wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb worden vernietigd, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Woongebied" voor het terrein Westbroekse Binnenweg 44. Dit betekent dat daar het vorige bestemmingsplan weer zal gelden met de bestemming "Woongebied" en de aanduiding "maximum aantal wooneenheden: 20" en zonder een indeling met bouwvlakken.

4. De Afdeling ziet aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening.

5. Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1174, zijn op een eventueel nieuw te nemen besluit de Omgevingswet en de daarbij behorende omgevingsrechtelijke regels van toepassing. Dat houdt onder meer in dat niet meer kan worden teruggevallen op het vóór 1 januari 2024 ter inzage gelegde ontwerpbestemmingsplan, omdat in het ontwerpbestemmingsplan geen regels zijn gesteld met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

6. De raad moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het beroep gegrond; II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Stichtse Vecht, van 30 mei 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening", voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Woongebied" voor het terrein Westbroekse Binnenweg 44; III. draagt de raad van de gemeente Stichtse Vecht op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel II wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Stichtse Vecht tot vergoeding van bij [appellante] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand; V. gelast dat de raad van de gemeente Stichtse Vecht aan [appellante] het voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 365,00 vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, griffier. w.g.

Van Gastel lid van de enkelvoudige kamer w.g. Bechinka griffier Uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2025 371