Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:706 ECLI:NL:RVS:2025:706 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:706 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:706
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202405771/1/V3. Datum uitspraak: 24 februari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 15 augustus 2024 in zaak nr. NL24.18191 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Buitenlandse Zaken. Procesverloop Bij besluit van 7 november 2023 heeft de minister een aanvraag om de vreemdeling een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:706 · Raad van State: 202405771/1/V3. Datum uitspraak: 24 februari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 15 augustus 2024 in zaak nr. NL24.18191 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Buitenlandse Zaken. Procesverloop Bij besluit van 7 november 2023 heeft de minister een aanvraag om de vreemdeling een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202405771/1/V3. Datum uitspraak: 24 februari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 15 augustus 2024 in zaak nr. NL24.18191 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Buitenlandse Zaken. Procesverloop Bij besluit van 7 november 2023 heeft de minister een aanvraag om de vreemdeling een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 12 april 2024 heeft de minister het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 15 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.M. Walther, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. De uitspraak van de rechtbank gaat over een visum voor een verblijf van 90 dagen of minder. Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder b, van de Vw 2000). 1.1.

Wat de vreemdeling in hoger beroep aanvoert, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. Dit doet zich hier niet voor.

2. De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van de Kolk griffier Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2025 347-1125