Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:654 ECLI:NL:RVS:2025:654 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:654 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:654
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202406630/1/A2. Datum uitspraak: 19 februari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoeker], wonend in [woonplaats], verzoeker, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 12 juni 2024, in zaak nr. 202401960/2/A2. Procesverloop Bij uitspraak van 12 juni 2024, in zaak nr. 202401960/2/A2 heeft de Afdeling zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep van [verzoeker] tegen, naar hij stelde, de beslissing van 24 januari 2023. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2025:654 · Raad van State: 202406630/1/A2. Datum uitspraak: 19 februari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoeker], wonend in [woonplaats], verzoeker, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 12 juni 2024, in zaak nr. 202401960/2/A2. Procesverloop Bij uitspraak van 12 juni 2024, in zaak nr. 202401960/2/A2 heeft de Afdeling zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep van [verzoeker] tegen, naar hij stelde, de beslissing van 24 januari 2023. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

Keywords

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 19 februari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoeker], wonend in [woonplaats], verzoeker, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 12 juni 2024, in zaak nr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202406630/1/A2. Datum uitspraak: 19 februari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoeker], wonend in [woonplaats], verzoeker, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 12 juni 2024, in zaak nr. 202401960/2/A2. Procesverloop Bij uitspraak van 12 juni 2024, in zaak nr. 202401960/2/A2 heeft de Afdeling zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep van [verzoeker] tegen, naar hij stelde, de beslissing van 24 januari 2023. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 januari 2025, waar [verzoeker] is verschenen. Ook is ter zitting het college van bestuur van de Avans Hogeschool, vertegenwoordigd door mr. L.J. Gremmen, als partij gehoord. Overwegingen 1. Artikel 8:119, eerste lid, van de Awb luidt: "De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. 2. [verzoeker] heeft in zijn verzoek aangevoerd waarom hij van mening is dat het college van bestuur van de Avans Hogeschool zijn klacht onzorgvuldig heeft behandeld. 2.1.

De Afdeling heeft zich in de uitspraak van 12 juni 2024 onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep van [verzoeker], omdat tegen een kennisgeving over hoe een klacht is afgehandeld geen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld. [verzoeker] voert in verzet gronden aan die zijn gericht op het handelen en/of nalaten van de onderwijsinstelling en niet op de bevoegdheid van de Afdeling. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb.

3. Het verzoek moet worden afgewezen.

4. De proceskosten hoeven niet te worden vergoed. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier. w.g. Verheij lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van Loon griffier Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2025 284-1090