Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:6446 ECLI:NL:RVS:2025:6446 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:6446 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:6446
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Als er geen procesbelang (meer) bestaat, is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. De vraag of er procesbelang is, wordt beantwoord naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak. Alleen de eventueel principiële betekenis van een uitspraak is geen reden om toch inhoudelijk uitspraak te doen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2025:6446 · Raad van State: 202401367/1/A3. Datum uitspraak: 24 december 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: GS Magenta B.V., (hierna: GeenStijl), gevestigd in Amsterdam, appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 februari 2024 in zaak nr. 24/500 in het geding tussen: GeenStijl en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Openbare zitting gehouden op 24 december 2025 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. E.A. Minderhoud, voorzitter griffier: mr.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2024:5388
202307280/1/A2. Datum uitspraak: 24 december 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­-Brabant van 20 oktober 2023 in zaak nr. 23/1140 in het geding tussen: [appellant] en de Belastingdienst/Toeslagen (thans en hierna: de Dienst Toeslagen) Procesverloop [appellant] heeft verzocht om een herbeoordeling van zijn recht op kinderopvangtoeslag. Bij uitspraak van 20 oktober 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond verklaard, de Dienst Toeslagen opgedragen om binnen zes weken na verzending van haar uitspraak een vooraankondiging met de uitkomst op het verzoek van [appellant] bekend te maken en om binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze op de vooraankondiging of na het ongebruikt verstrijken van de termijn van zes weken om te reageren op de vooraankondiging, een besluit over (aanvullende) compensatie bekend te maken.
ECLI:NL:RVS:2018:1423
201708371/1/V1. Datum uitspraak: 26 april 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 22 september 2017 in zaak nr. 16/15244 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 10 juli 2016 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202401367/1/A3. Datum uitspraak: 24 december 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: GS Magenta B.V., (hierna: GeenStijl), gevestigd in Amsterdam, appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 februari 2024 in zaak nr. 24/500 in het geding tussen: GeenStijl en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Openbare zitting gehouden op 24 december 2025 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. E.A. Minderhoud, voorzitter griffier: mr.

G.A. van de Sluis jurist: mr. R.A. Nieuwenhuijzen Verschenen: De minister, vertegenwoordigd door mr. J. Kennis, advocaat in Den Haag. Bij uitspraak van 27 februari 2024 heeft de rechtbank het door GeenStijl ingestelde beroep wegens het opnieuw uitblijven van een besluit gegrond verklaard en de minister opgedragen om uiterlijk 31 maart 2024 alsnog een besluit bekend te maken op de aanvraag van GeenStijl, op straffe van een dwangsom van € 1,00 bij overschrijding van die termijn. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak. Beslissing: I. De Afdeling verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

II. veroordeelt de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tot vergoeding van de bij GS Magenta B.V. in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan de door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand; III. gelast dat de minister aan GS Magenta B.V. het door haar voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 559,00 vergoedt. Gronden:

1. Als er geen procesbelang (meer) bestaat, is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. De vraag of er procesbelang is, wordt beantwoord naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak. Alleen de eventueel principiële betekenis van een uitspraak is geen reden om toch inhoudelijk uitspraak te doen.

2. Naar het oordeel van de Afdeling heeft GeenStijl geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van haar hoger beroep. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is een middel om ervoor te zorgen dat de minister een besluit neemt, in dit geval op de aanvraag van GeenStijl. De vaststelling van de termijn en de dwangsom door de rechtbank, waartegen het hoger beroep zich richt, dient datzelfde doel. Doordat de minister bij besluit van 29 maart 2024 op de aanvraag van GeenStijl heeft beslist, is dat doel inmiddels bereikt. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 24 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5388, onder 5.1. GeenStijl heeft niet aannemelijk gemaakt dat er toch belang bestaat bij een inhoudelijke beoordeling van haar hoger beroep. De Afdeling zal het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.

3. De minister heeft hangende het hoger beroep over het niet tijdig nemen van een besluit, bij besluit van 29 maart 2024 alsnog op de aanvraag van GeenStijl beslist. Geenstijl heeft haar hoger beroep gehandhaafd. Gelet op vaste jurisprudentie van de Afdeling (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 26 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1423) ziet de Afdeling daarom aanleiding om de minister te veroordelen tot het vergoeden van de proceskosten die GeenStijl heeft gemaakt in verband met de behandeling van het hoger beroep. Omdat GeenStijl uitdrukkelijk heeft verklaard niet op te willen komen tegen het besluit van 29 maart 2024, moet het bij de Afdeling ontstane beroep van rechtswege worden geacht te zijn ingetrokken. w.g. Minderhoud lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van de Sluis griffier 802-1158