Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:6262 ECLI:NL:RVS:2025:6262 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:6262 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:6262
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202504530/1/V3. Datum uitspraak: 22 december 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoekster], verzoekster, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025, in zaak nr. 202503126/1/V3, ECLI:NL:RVS:2025:3369. Procesverloop De Afdeling heeft met de hiervoor genoemde uitspraak van 23 juli 2025 het verzoek om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 27 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2397, afgewezen. Bij brief van 24 juli 2025 heeft verzoekster, vertegenwoordigd door mr.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2025:6262 · Raad van State: 202504530/1/V3. Datum uitspraak: 22 december 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoekster], verzoekster, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025, in zaak nr. 202503126/1/V3, ECLI:NL:RVS:2025:3369. Procesverloop De Afdeling heeft met de hiervoor genoemde uitspraak van 23 juli 2025 het verzoek om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 27 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2397, afgewezen. Bij brief van 24 juli 2025 heeft verzoekster, vertegenwoordigd door mr.

Keywords

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 22 december 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoekster], verzoekster, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025, in zaak nr.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2025:3369
202503126/1/V3. Datum uitspraak: 23 juli 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [verzoekster], verzoekster, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 27 mei 2025 in zaak nr. 202500167/1/V3, ECLI:NL:RVS:2025:2397. Procesverloop Bij brief van 1 juni 2025 heeft verzoekster de Afdeling verzocht om de hiervoor genoemde uitspraak van 27 mei 2025 te herzien. Verzoekster heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1. De Afdeling kan onder omstandigheden een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nieuwe feiten en omstandigheden (artikel 8:119, eerste lid, van de Awb).
ECLI:NL:RVS:2025:2397
202500167/1/V3. Datum uitspraak: 27 mei 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 7 januari 2025 in zaak nr. NL24.51687 in het geding tussen: [betrokkene] en de minister. Procesverloop Bij besluit van 23 november 2024 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 7 januari 2025 heeft de rechtbank het tegen het voortduren van de maatregel door betrokkene ingestelde beroep, voor zover gericht tegen de tenuitvoerlegging van de maatregel, gegrond verklaard en voor het overige ongegrond en de minister opgedragen betrokkene schadeloos te stellen.
ECLI:NL:RVS:2013:1407
201305665/1/R4. Datum uitspraak: 2 oktober 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoekster], wonend te Lexmond, gemeente Zederik, verzoekster, om herziening van de uitspraken van de Afdeling van 27 juni 2012, in zaak nr. 201203938/2/R4, 19 september 2012, in zaak nr. 201203938/3/R4, 8 januari 2013, in zaak nr. 201209597/2/R4 en 3 mei 2013, in zaak nr. 201209597/3/R4. Procesverloop Bij uitspraak van 27 juni 2012, in zaak nr. 201203938/2/R4, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het beroep van [verzoekster] tegen het besluit tot vaststelling van de actualisering 2011 van de provinciale structuurvisie en de Verordening ruimte, van het college van provinciale staten van Zuid-Holland niet-ontvankelijk verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202504530/1/V3. Datum uitspraak: 22 december 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoekster], verzoekster, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025, in zaak nr. 202503126/1/V3, ECLI:NL:RVS:2025:3369. Procesverloop De Afdeling heeft met de hiervoor genoemde uitspraak van 23 juli 2025 het verzoek om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 27 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2397, afgewezen. Bij brief van 24 juli 2025 heeft verzoekster, vertegenwoordigd door mr.

S. Jankie, advocaat in Hoofddorp, de Afdeling verzocht om herziening van de uitspraak van 23 juli 2025. Verzoekster heeft nadere stukken ingediend. Overwegingen 1. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling (onder meer de uitspraak van 2 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1407) wordt een verzoek om herziening van een uitspraak waarbij een verzoek om herziening is afgewezen, opgevat als een nieuw verzoek om herziening van de oorspronkelijke uitspraak. De Afdeling zal het verzoek om herziening daarom opvatten als een nieuw verzoek om herziening van de uitspraak van 27 mei 2025.

2. De Afdeling kan onder omstandigheden een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nieuwe feiten en omstandigheden (artikel 8:119, eerste lid, van de Awb). Dat kan alleen maar als er feiten of omstandigheden zijn van vóór de uitspraak, waar een verzoeker pas ná de uitspraak achter is gekomen. En dan hadden die omstandigheden ook nog tot een andere uitspraak moeten kunnen leiden, als de Afdeling er op tijd van had geweten. De redenen die verzoekster geeft in het herzieningsverzoek, namelijk dat zij wel bezwaar zou hebben gehad tegen een schriftelijke afdoening als zij had geweten dat haar beroep als eerste beroep moest worden aangemerkt, zijn niet zulke feiten of omstandigheden.

3. De Afdeling wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Weber griffier Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2025 846-1122