ECLI:NL:RVS:2025:6045 · Raad van State
Legislator summary
AI generatedTegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. G.A. Dorsman, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank heeft het bij haar door appellant ingediende geschrift op grond van artikel 6:15, eerste lid, van de Awb doorgezonden naar de Afdeling om te behandelen als hogerberoepschrift. Appellant heeft te kennen gegeven dat de rechtbank zijn geschrift ten onrechte heeft aangemerkt als hogerberoepschrift, omdat het als een herzieningsverzoek had moeten worden beschouwd. De rechtbank is bevoegd om daarvan kennis te nemen.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RVS:2025:6045 · Raad van State: G.A. Dorsman, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank heeft het bij haar door appellant ingediende geschrift op grond van artikel 6:15, eerste lid, van de Awb doorgezonden naar de Afdeling om te behandelen als hogerberoepschrift. Appellant heeft te kennen gegeven dat de rechtbank zijn geschrift ten onrechte heeft aangemerkt als hogerberoepschrift, omdat het als een herzieningsverzoek had moeten worden beschouwd. De rechtbank is bevoegd om daarvan kennis te nemen.
Full text
BRS.25.000420 ECLI:NL:RVS:2025:6045 Datum uitspraak: 17 december 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [de betrokkene], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 4 maart 2025 in zaak nr. NL25.8688 in het geding tussen: [betrokkene] en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 24 februari 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 4 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. G.A. Dorsman, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank heeft het bij haar door appellant ingediende geschrift op grond van artikel 6:15, eerste lid, van de Awb doorgezonden naar de Afdeling om te behandelen als hogerberoepschrift. Appellant heeft te kennen gegeven dat de rechtbank zijn geschrift ten onrechte heeft aangemerkt als hogerberoepschrift, omdat het als een herzieningsverzoek had moeten worden beschouwd. De rechtbank is bevoegd om daarvan kennis te nemen.
2. De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Omdat de rechtbank al uitspraak heeft gedaan op het verzoek om herziening, zal de Afdeling het hogerberoepschrift niet als verzoek om herziening doorzenden aan de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. N.A. de Jong, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. De Jong griffier Uitgesproken in het openbaar op 17 december 2025 981