Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:5941 ECLI:NL:RVS:2025:5941 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:5941 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:5941
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Procesverloop Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft het COa een aanvraag van betrokkenen om vergoeding van buitengewone kosten gedeeltelijk afgewezen. Bij uitspraak van 15 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkenen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, aan betrokkenen toestemming verleend voor het maken van kosten in verband met het laten verrichten van een contra-expertise documentenonderzoek bij het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt voor het vernietigde besluit.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2025:5941 · Raad van State: Bij uitspraak van 15 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkenen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, aan betrokkenen toestemming verleend voor het maken van kosten in verband met het laten verrichten van een contra-expertise documentenonderzoek bij het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt voor het vernietigde besluit.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

BRS.25.001887 ECLI:NL:RVS:2025:5941 Datum uitspraak: 10 december 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 15 oktober 2025 in zaak nr. 25/3778 in het geding tussen: [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en het COa.

Procesverloop Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft het COa een aanvraag van betrokkenen om vergoeding van buitengewone kosten gedeeltelijk afgewezen. Bij uitspraak van 15 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkenen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, aan betrokkenen toestemming verleend voor het maken van kosten in verband met het laten verrichten van een contra-expertise documentenonderzoek bij het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt voor het vernietigde besluit.

Tegen deze uitspraak heeft het COa hoger beroep ingesteld. Ook heeft het COa de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Betrokkenen hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Overwegingen 1. Het COa verzoekt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.

2. Het hoger beroep vergt nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Gelet hierop en op de belangen die het COa en betrokkenen naar voren hebben gebracht, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.

3. Het COa hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Aldus vastgesteld door mr. A. Kuijer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier. w.g. Kuijer voorzieningenrechter w.g. Hanrath griffier Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025 392