Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:5909 ECLI:NL:RVS:2025:5909 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:5909 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:5909
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De minister heeft het hoger beroep ingetrokken, nadat appellant kosten heeft gemaakt voor het indienen van een schriftelijke uiteenzetting. De Afdeling ziet hierin aanleiding het verzoek van appellant toe te wijzen. De minister moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00 geheel toe te rekenen aan een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. mr. N.A. de Jong, griffier. w.g. Ristra-Peeters lid van de enkelvoudige kamer w.g. De Jong griffier Uitgesproken in het openbaar op 8 december 2025 981

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2025:5909 · Raad van State: De Afdeling ziet hierin aanleiding het verzoek van appellant toe te wijzen. De minister moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00 geheel toe te rekenen aan een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. mr. N.A. de Jong, griffier. w.g. Ristra-Peeters lid van de enkelvoudige kamer w.g. De Jong griffier Uitgesproken in het openbaar op 8 december 2025 981

Keywords

AI generated
artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75 van de Awb
Op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Awb kan een bestuursorgaan, bij afzonderlijke uitspraak en met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb, op verzoek van appellant in de proceskosten worden veroordeeld, als het bestuursorgaan het hoger beroep heeft ingetrokken.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

BRS.25.001361 ECLI:NL:RVS:2025:5909 Datum uitspraak: 8 december 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van: [appellant], verzoeker, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep. Procesverloop De minister van Asiel en Migratie heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 7 mei 2025 in zaak nr. NL25.10429. Appellant, vertegenwoordigd door mr. I.M. Hidding, advocaat in Diever, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De minister heeft het hoger beroep ingetrokken. Appellant heeft de Afdeling verzocht de minister te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten. Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Awb kan een bestuursorgaan, bij afzonderlijke uitspraak en met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb, op verzoek van appellant in de proceskosten worden veroordeeld, als het bestuursorgaan het hoger beroep heeft ingetrokken.

2. De minister heeft het hoger beroep ingetrokken, nadat appellant kosten heeft gemaakt voor het indienen van een schriftelijke uiteenzetting. De Afdeling ziet hierin aanleiding het verzoek van appellant toe te wijzen.

3. De minister moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00 geheel toe te rekenen aan een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. mr. N.A. de Jong, griffier. w.g. Ristra-Peeters lid van de enkelvoudige kamer w.g. De Jong griffier Uitgesproken in het openbaar op 8 december 2025 981