Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:571 ECLI:NL:RVS:2025:571 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:571 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:571
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202306953/2/A3. Datum beslissing: 13 februari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 3 oktober 2023 in zaak nr. 23/1886 in het geding tussen: [appellant] en de minister van Defensie. Procesverloop [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 3 oktober 2023 in zaak nr. 23/1886.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:29 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2025:571 · Raad van State: 202306953/2/A3. Datum beslissing: 13 februari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 3 oktober 2023 in zaak nr. 23/1886 in het geding tussen: [appellant] en de minister van Defensie. Procesverloop [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 3 oktober 2023 in zaak nr. 23/1886.

Keywords

AI generated
artikel 8:29 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:29 van de Awb
De minister heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202306953/2/A3. Datum beslissing: 13 februari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 3 oktober 2023 in zaak nr. 23/1886 in het geding tussen: [appellant] en de minister van Defensie. Procesverloop [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 3 oktober 2023 in zaak nr. 23/1886.

Daarin is de intrekking van een verklaring van geen bezwaar aan de orde. De minister heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. Het betreft 8 documenten en een begeleidende brief. Overwegingen 1. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. Als deze informatie bekend wordt, zou dat de effectieve taakuitvoering van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (hierna: de MIVD) en lopende onderzoeken sterk bemoeilijken en frustreren.

Ook kan het lopende onderzoeken van bronnen schaden. Verder wordt door kennisneming van de documenten inzicht gegeven in de wijze waarop veiligheidsonderzoeken worden uitgevoerd, aldus de minister. 2. [appellant] heeft laten weten dat hij zich verzet tegen de beperkte kennisneming.

3. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

4. De Afdeling heeft kennis genomen van de stukken. Zij bevatten informatie en registraties van bronnen over [appellant]. De bescherming van deze bronnen is nodig voor een effectieve taakuitoefening van de MIVD. Die taakuitoefening dient de nationale veiligheid. Daarnaast geven de documenten inzicht in de modus operandi, die de MIVD bij dit soort veiligheidsonderzoeken hanteert. Naar het oordeel van de Afdeling weegt in dit geval het belang van de nationale veiligheid zwaarder dan het belang dat [appellant] kennis neemt van de stukken. Het belang van nationale veiligheid zou in gevaar kunnen worden gebracht als de gegevens uit de stukken bekend worden bij [appellant].

5. De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek toe. Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. J.S. de Jong, griffier. w.g. Daalder lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer w.g. De Jong griffier Uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2025 1014