Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:5686 ECLI:NL:RVS:2025:5686 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:5686 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:5686
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Procesverloop Bij besluiten van 18 november 2022 en 7 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluiten van 20 november 2023 en 27 mei 2024 heeft de staatssecretaris de daartegen door betrokkene gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 9 oktober 2025 heeft de rechtbank de daartegen door betrokkene ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken na de verzending van de uitspraak met inachtneming ervan nieuwe besluiten op de gemaakte bezwaren neemt.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2025:5686 · Raad van State: Bij besluiten van 20 november 2023 en 27 mei 2024 heeft de staatssecretaris de daartegen door betrokkene gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 9 oktober 2025 heeft de rechtbank de daartegen door betrokkene ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken na de verzending van de uitspraak met inachtneming ervan nieuwe besluiten op de gemaakte bezwaren neemt.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

BRS.25.001851 ECLI:NL:RVS:2025:5686 Datum uitspraak: 26 november 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 9 oktober 2025 in zaken nrs. NL24.23054 en NL23.39045 in het geding tussen: [betrokkene], mede voor haar minderjarige kinderen en de minister.

Procesverloop Bij besluiten van 18 november 2022 en 7 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluiten van 20 november 2023 en 27 mei 2024 heeft de staatssecretaris de daartegen door betrokkene gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 9 oktober 2025 heeft de rechtbank de daartegen door betrokkene ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken na de verzending van de uitspraak met inachtneming ervan nieuwe besluiten op de gemaakte bezwaren neemt.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Betrokkene heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Overwegingen 1. De minister verzoekt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op haar hoger beroep heeft beslist.

2. Gelet op de belangen die de minister en betrokkene naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.

3. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Aldus vastgesteld door mr. J. Schipper-Spanninga, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier. w.g. Schipper-Spanninga voorzieningenrechter w.g. Pronk griffier Uitgesproken in het openbaar op 26 november 2025 1028