Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:5665 ECLI:NL:RVS:2025:5665 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:5665 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:5665
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202505796/1/A2. Datum uitspraak: 21 november 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoeker], verzoeker, en de Examencommissie Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden, verweerder. Procesverloop Bij e-mail van 19 november 2025 heeft de studieadviseur mede namens de examencommissie [verzoeker] te kennen gegeven dat niet is gebleken dat toewijzing van extra tentamenvoorzieningen gerechtvaardigd is.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2025:5665 · Raad van State: Niet in geschil is dat [verzoeker] een spoedeisend belang heeft bij zijn verzoek. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb zonder zitting uitspraak te doen.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202505796/1/A2. Datum uitspraak: 21 november 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoeker], verzoeker, en de Examencommissie Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden, verweerder. Procesverloop Bij e-mail van 19 november 2025 heeft de studieadviseur mede namens de examencommissie [verzoeker] te kennen gegeven dat niet is gebleken dat toewijzing van extra tentamenvoorzieningen gerechtvaardigd is.

Hiertegen heeft [verzoeker] administratief beroep bij het college van beroep voor de examens (hierna: het CBE) ingesteld. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht om hangende dit administratief beroep een voorlopige voorziening te treffen. De voorzitter van het CBE heeft op 21 november 2021 een voorlopige voorziening getroffen. Het CBE heeft nadere stukken ingediend. Overwegingen 1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2. [verzoeker] wil voor het tentamen voor het vak Public International Law dat op vrijdag 21 november 2025 om 13.00 uur wordt afgenomen, gebruik maken van extra voorzieningen.

Naast de al aan hem toegekende toetstijdverlenging wil hij vanwege de diagnose AHDH gebruik maken van een laptop en een prikkelarme zaal.

3. De voorzitter van het CBE heeft in de ochtend van 21 november 2025 een voorlopige voorziening getroffen. Daarbij heeft hij bepaald dat [verzoeker] deel kan nemen aan het tentamen Public International Law in een prikkelarme ruimte, met dien verstande dat het tentamen pas wordt nagekeken, dan wel het cijfer pas bekend wordt gemaakt als het CBE hem in administratief beroep gelijk geeft. 4. [verzoeker] wenst een verderstrekkende voorlopige voorziening, omdat hij wil dat de beoordeling van het tentamen niet wordt aangehouden tot op het administratief beroep positief is beslist.

5. Niet in geschil is dat [verzoeker] een spoedeisend belang heeft bij zijn verzoek. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb zonder zitting uitspraak te doen.

6. Naar het oordeel van de Afdeling is met de door het CBE getroffen voorlopige voorziening voldoende tegemoetgekomen aan het belang van [verzoeker]. Hierdoor wordt hij in staat gesteld om alsnog het tentamen met de extra voorzieningen te maken. Vervolgens kan in administratief beroep en - zo nodig - bij de Afdeling worden getoetst of de eventuele afwijzing van de extra voorzieningen gerechtvaardigd is.

7. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

8. Het CBE hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. C. Kouidar, griffier. w.g. Willems voorzieningenrechter w.g. Kouidar griffier Uitgesproken in het openbaar op 21 november 2025 1120