ECLI:NL:RVS:2025:555 · Raad van State
Legislator summary
AI generated202400714/5/A2. Datum uitspraak: 12 februari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzet (artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van: [opposante], wonend in [woonplaats], opposante, tegen de uitspraak van de Afdeling van 22 april 2024 in zaak nr. 202400714/3/A3. Procesverloop Bij uitspraak van 22 april 2024, in zaak nr. 202400714/3/A3, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het hoger beroep van [opposante] tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 25 januari 2024, met zaaknummer 22/759, niet-ontvankelijk verklaard.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2025:555 · Raad van State: 202400714/5/A2. Datum uitspraak: 12 februari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzet (artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van: [opposante], wonend in [woonplaats], opposante, tegen de uitspraak van de Afdeling van 22 april 2024 in zaak nr. 202400714/3/A3. Procesverloop Bij uitspraak van 22 april 2024, in zaak nr. 202400714/3/A3, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het hoger beroep van [opposante] tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 25 januari 2024, met zaaknummer 22/759, niet-ontvankelijk verklaard.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedCited Case Law
AI generatedFull text
202400714/5/A2. Datum uitspraak: 12 februari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzet (artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van: [opposante], wonend in [woonplaats], opposante, tegen de uitspraak van de Afdeling van 22 april 2024 in zaak nr. 202400714/3/A3. Procesverloop Bij uitspraak van 22 april 2024, in zaak nr. 202400714/3/A3, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het hoger beroep van [opposante] tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 25 januari 2024, met zaaknummer 22/759, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [opposante] verzet gedaan. De Afdeling heeft de zaak aan de orde gesteld op de zitting van 23 januari 2025. [opposante] is zonder bericht niet verschenen. Overwegingen Geschil 1. In voormelde uitspraak van 22 april 2024 heeft de Afdeling het hoger beroep van [opposante] kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat het griffierecht, ook na aanmaning, niet is betaald. [opposante] doet verzet tegen deze uitspraak. Oordeel 2. Het verzet is niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht. Voor de motivering van het oordeel dat [opposante] misbruik van recht maakt, verwijst de Afdeling naar haar uitspraak van vandaag in zaak nummer 202401634/1/A2 (ECLI:NL:RVS:2025:467, r.o. 4-4.5).
Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het verzet niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. W. den Ouden, voorzitter, en mr. J.M. Willems en mr. J. Schipper-Spanninga, leden, in tegenwoordigheid van mr. I.S. Ouwehand, griffier. w.g. Den Ouden voorzitter w.g. Ouwehand griffier Uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2025 752