Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:5541 ECLI:NL:RVS:2025:5541 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:5541 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:5541
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202504977/3/V3. Datum uitspraak: 17 november 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [verzoeker], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 1 september 2025 in zaak nr. NL25.24809 in het geding tussen: verzoeker en de minister van Asiel en Migratie.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 56 van de Vw 2000; ECLI:NL:RVS:2025:5541 · Raad van State: 202504977/3/V3. Datum uitspraak: 17 november 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [verzoeker], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 1 september 2025 in zaak nr. NL25.24809 in het geding tussen: verzoeker en de minister van Asiel en Migratie.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 56 van de Vw 2000

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 56 van de Vw 2000
Verzoeker is bij maatregel van 15 oktober 2025 op grond van artikel 56 van de Vw 2000 in een vrijheidsbeperkende locatie (hierna: VBL) geplaatst.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202504977/3/V3. Datum uitspraak: 17 november 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [verzoeker], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 1 september 2025 in zaak nr. NL25.24809 in het geding tussen: verzoeker en de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop Bij besluit van 30 mei 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard, haar opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd. Bij uitspraak van 1 september 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De minister heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1. Verzoeker is bij maatregel van 15 oktober 2025 op grond van artikel 56 van de Vw 2000 in een vrijheidsbeperkende locatie (hierna: VBL) geplaatst. Zij heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling verzocht om bij wijziging van de getroffen voorlopige voorziening van 15 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5008, te bepalen dat zij in de reguliere opvang moet verblijven. 1.1. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moet dit verzoek worden opgevat als een verzoek tot opheffing van de VBL-maatregel.

Daarmee wordt de voorzieningenrechter verzocht buiten de grenzen van deze procedure te treden. In deze procedure staat immers niet de rechtmatigheid van de VBL-maatregel centraal. Bovendien staat tegen een met een besluit gelijk te stellen maatregel op grond van artikel 56 van de Vw 2000 alleen beroep bij de rechtbank open. De voorzieningenrechter is daarom onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen.

2. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart zich onbevoegd. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van S. van Dijk LLM, griffier. w.g. Sevenster voorzieningenrechter w.g. Van Dijkgriffier Uitgesproken in het openbaar op 17 november 2025 967