Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:5154 ECLI:NL:RVS:2025:5154 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:5154 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:5154
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202505311/1/V3. Datum uitspraak: 27 oktober 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, en de voorzieningenrechter van die rechtbank van 5 september 2025 in zaken nrs. NL25.38057 en NL25.38058 in de gedingen tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 17 juli 2025 heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

Legislator headnote

AI generated

artikel 85 van de Vw 2000; ECLI:NL:RVS:2025:5154 · Raad van State: 202505311/1/V3. Datum uitspraak: 27 oktober 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, en de voorzieningenrechter van die rechtbank van 5 september 2025 in zaken nrs. NL25.38057 en NL25.38058 in de gedingen tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 17 juli 2025 heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

Keywords

AI generated
artikel 85 van de Vw 2000

Cited Legislation

AI generated
artikel 85 van de Vw 2000
Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202505311/1/V3. Datum uitspraak: 27 oktober 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, en de voorzieningenrechter van die rechtbank van 5 september 2025 in zaken nrs. NL25.38057 en NL25.38058 in de gedingen tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 17 juli 2025 heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

Bij uitspraak van 5 september 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Bij uitspraak van dezelfde datum heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraken heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. I. Petkovski, advocaat in Apeldoorn, hoger beroep ingesteld. Overwegingen Het hoger beroep in zaak nr. NL25.38057 1. Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellant legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is.

Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Het hoger beroep in zaak nr. NL25.38058 3. Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:84, eerste lid, van de Awb. Uit artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder d, van de Awb volgt echter dat er geen hoger beroep openstaat tegen een dergelijke uitspraak. Van die bepaling kan alleen worden afgeweken als sprake is van een schending van fundamentele rechtsbeginselen, waardoor appellant geen eerlijk en onafhankelijk proces heeft gehad. Uit wat appellant aanvoert, blijkt niet dat daarvan sprake is.

4. De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. In beide zaken 5. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep in zaak nr. NL25.38057 niet-ontvankelijk; II. verklaart zich onbevoegd van het hoger beroep in zaak nr. NL25.38058 kennis te nemen. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Vos griffier Uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2025 644