Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:4637 ECLI:NL:RVS:2025:4637 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:4637 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:4637
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202505183/1/A2. Datum uitspraak: 29 september 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, en de Kiesraad, handelend als centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (hierna: het centraal stembureau), verweerder. Openbare zitting gehouden op 29 september 2025 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.H.M. van Altena, voorzitter Staatsraad mr. J.Th.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2025:4637 · Raad van State: 202505183/1/A2. Datum uitspraak: 29 september 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, en de Kiesraad, handelend als centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (hierna: het centraal stembureau), verweerder. Openbare zitting gehouden op 29 september 2025 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.H.M. van Altena, voorzitter Staatsraad mr. J.Th.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2023:3911
202306445/1/A2. Datum uitspraak: 23 oktober 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], appellant, en de Kiesraad, handelend als centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, verweerder. Openbare zitting gehouden op 23 oktober 2023 om 12:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. W. den Ouden, voorzitter Staatsraad mr. B.P. Vermeulen, lid Staatsraad mr. J.Th. Drop, lid griffier: mr.
ECLI:NL:RVS:2014:1585
201403293/1/A2. Datum uitspraak: 24 april 2014 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], en het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 14 april 2014 heeft het centraal stembureau de kandidatenlijst ‘PVV (Partij voor de Vrijheid)’ voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement geldig verklaard. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. [appellant] heeft nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 april 2014, waar [appellant] en het centraal stembureau, vertegenwoordigd door mr. W.A.E. Brüheim, werkzaam bij de Kiesraad, en mr. M. Bakker, secretaris van de Kiesraad, zijn verschenen. Voorts is ter zitting de Partij voor de Vrijheid, vertegenwoordigd door mr. P. Katz, advocaat te Amsterdam, gehoord. Overwegingen 1. Ter zitting heeft [appellant] het door hem namens de vereniging LOT to.kg ingestelde beroep ingetrokken.
ECLI:NL:RVS:2021:300
202100956/1/A2. Datum uitspraak: 15 februari 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellante], wonend te [woonplaats], appellante, en de Kiesraad, handelend als centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (hierna: het centraal stembureau), verweerder. Procesverloop Bij besluit van 5 februari 2021 heeft het centraal stembureau besloten over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten en het handhaven van de kandidaten op, en de aanduidingen bovenaan, de kandidatenlijsten voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202505183/1/A2. Datum uitspraak: 29 september 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, en de Kiesraad, handelend als centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (hierna: het centraal stembureau), verweerder. Openbare zitting gehouden op 29 september 2025 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.H.M. van Altena, voorzitter Staatsraad mr. J.Th.

Drop, lid Staatsraad mr. A.B. Blomberg, lid Griffier: mr. M. Rijsdijk Jurist: mr. L.J.A. van Gils Verschenen: Het centraal stembureau, vertegenwoordigd door mr. M. Bijl en mr. A.J. Trouborst. Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 19 september 2025, waarbij - voor zover hier van belang - de kandidatenlijsten van 27 politieke groeperingen voor één of meerdere kieskringen geldig zijn verklaard. [appellant] betoogt dat het centraal stembureau de kandidatenlijsten niet geldig had mogen verklaren zonder de partijen die de kandidatenlijsten hebben ingediend, op morele gronden te toetsen.

Dat de Kieswet het centraal stembureau verbiedt om partijen op inhoudelijke gronden te toetsen, betekent dat de wet fout is en het centraal stembureau deze niet had moeten uitvoeren. Inhoudelijke toetsing van politieke partijen is een geëigend middel om het democratisch proces in toom te houden, aldus [appellant]. Beslissing: De Afdeling verklaart het beroep ongegrond. Motivering: In artikel I 5 van de Kieswet zijn de gronden waarop het centraal stembureau een kandidatenlijst ongeldig moet verklaren limitatief en dwingendrechtelijk geregeld. In tegenstelling tot wat [appellant] betoogt, staat het het centraal stembureau op basis van de Kieswet niet vrij om op andere gronden een kandidatenlijst ongeldig te verklaren.

In de uitspraak van 23 oktober 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:3911) heeft de Afdeling al eerder heeft geoordeeld over soortgelijke bezwaren van [appellant], destijds gericht tegen één specifieke politieke groepering. Dat beroep is toen ongegrond verklaard. De Afdeling komt nu niet tot een ander oordeel. De Afdeling wijst op eerdere uitspraken van 24 april 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1585) en 15 februari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:300), waarin is overwogen dat het centraal stembureau geen inhoudelijke beoordeling van doelstellingen of activiteiten van politieke groeperingen mag uitvoeren. w.g.

Van Altena voorzitter w.g. Rijsdijk griffier 705-1043