Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:4075 ECLI:NL:RVS:2025:4075 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:4075 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:4075
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202400396/1/R3. Datum uitspraak: 20 augustus 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op de verzoeken van: 1. [verzoeker A], wonend in Tubbergen, 2. [verzoeker B], wonend in Tubbergen, verzoekers, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 4 mei 2021, in zaak nr. ECLI:NL:RVS:2021:939. Openbare zitting gehouden op 20 augustus 2025 om 11:15 uur. Tegenwoordig: staatsraad mr. E.A. Minderhoud, voorzitter staatsraad G.O. van Veldhuizen, lid staatsraad mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid griffier: mr. M. Priem Verschenen: [verzoeker A]; [verzoeker B]; de raad van de gemeente Tubbergen, vertegenwoordigd door mr. drs. M.Y. Rutjes ==================================== [verzoeker A] en [verzoeker B] hebben verzocht om de uitspraak van de Afdeling van 4 mei 2021, in zaak nr. ECLI:NL:RVS:2021:939, te herzien. De Afdeling gaat niet over tot herziening en wijst de verzoeken af. Redenen: 1. Hoewel het indienen van een verzoek om herziening niet aan enige wettelijke termijn is gebonden, hanteert de Afdeling bij de beoordeling van een dergelijk verzoek als uitgangspunt dat het verzoek niet onredelijk laat mag zijn ingediend. Zoals de grote kamer van de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraken van 28 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:308 en ECLI:NL:RVS:2015:310, wordt bij de invulling van het "onredelijk laat"-criterium in de regel uitgegaan van een termijn van één jaar. Dit betekent dat de indiening van een verzoek om herziening als onredelijk laat wordt aangemerkt indien het verzoek is ingediend meer dan een jaar na het bekend worden met de daarin gestelde nova dan wel, indien geen nova zijn gesteld, na de datum van openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht. Een uitzondering op die regel wordt gemaakt voor die uitzonderlijke gevallen waarin het belang van de rechtszekerheid van andere belanghebbenden en bestuursorganen dermate betrokken is, dat het hanteren van een zo lange termijn niet aanvaardbaar zou zijn. Dit laatste kan zich eerder in meerpartijengeschillen dan in tweepartijengeschillen voordoen, en eerder indien bij de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht, een besluit in stand is gebleven waarbij aan een of meer belanghebbenden toestemming is verleend om bepaalde activiteiten te verrichten. In dergelijke uitzonderlijke gevallen waarin de termijn van één jaar niet wordt gehanteerd, zal een termijn gelden van drie maal zes weken. 2. De verzoeken om herziening zijn op 17 januari 2024 ingediend. 3. [verzoeker A] en [verzoeker B] hebben hun verzoek niet ingediend binnen een jaar na de datum van openbaarmaking van de uitspraak van 4 mei 2021. Ze hebben ook geen nova gesteld die hen in het jaar voorafgaand aan het indienen van hun herzieningsverzoek bekend zijn geworden, nog daargelaten of in dit geval een termijn van drie maal zes weken zou moeten gelden. 4. Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling aanleiding om de herzieningsverzoeken niet inhoudelijk te behandelen omdat de verzoeken onredelijk laat zijn ingediend. De verzoeken worden niet-ontvankelijk verklaard. 5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. w.g. Minderhoud voorzitter w.g. Priem griffier 646

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2025:4075 · Raad van State: 202400396/1/R3. Datum uitspraak: 20 augustus 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op de verzoeken van: 1. [verzoeker A], wonend in Tubbergen, 2. [verzoeker B], wonend in Tubbergen, verzoekers, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 4 mei 2021, in zaak nr. ECLI:NL:RVS:2021:939. Openbare zitting gehouden op 20 augustus 2025 om 11:15 uur. Tegenwoordig: staatsraad mr. E.A. Minderhoud, voorzitter staatsraad G.O. van Veldhuizen, lid staatsraad mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid griffier: mr. M. Priem Verschenen: [verzoeker A]; [verzoeker B]; de raad van de gemeente Tubbergen, vertegenwoordigd door mr. drs. M.Y. Rutjes ==================================== [verzoeker A] en [verzoeker B] hebben verzocht om de uitspraak van de Afdeling van 4 mei 2021, in zaak nr. ECLI:NL:RVS:2021:939, te herzien. De Afdeling gaat niet over tot herziening en wijst de verzoeken af. Redenen: 1. Hoewel het indienen van een verzoek om herziening niet aan enige wettelijke termijn is gebonden, hanteert de Afdeling bij de beoordeling van een dergelijk verzoek als uitgangspunt dat het verzoek niet onredelijk laat mag zijn ingediend. Zoals de grote kamer van de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraken van 28 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:308 en ECLI:NL:RVS:2015:310, wordt bij de invulling van het "onredelijk laat"-criterium in de regel uitgegaan van een termijn van één jaar. Dit betekent dat de indiening van een verzoek om herziening als onredelijk laat wordt aangemerkt indien het verzoek is ingediend meer dan een jaar na het bekend worden met de daarin gestelde nova dan wel, indien geen nova zijn gesteld, na de datum van openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht. Een uitzondering op die regel wordt gemaakt voor die uitzonderlijke gevallen waarin het belang van de rechtszekerheid van andere belanghebbenden en bestuursorganen dermate betrokken is, dat het hanteren van een zo lange termijn niet aanvaardbaar zou zijn. Dit laatste kan zich eerder in meerpartijengeschillen dan in tweepartijengeschillen voordoen, en eerder indien bij de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht, een besluit in stand is gebleven waarbij aan een of meer belanghebbenden toestemming is verleend om bepaalde activiteiten te verrichten. In dergelijke uitzonderlijke gevallen waarin de termijn van één jaar niet wordt gehanteerd, zal een termijn gelden van drie maal zes weken. 2. De verzoeken om herziening zijn op 17 januari 2024 ingediend. 3. [verzoeker A] en [verzoeker B] hebben hun verzoek niet ingediend binnen een jaar na de datum van openbaarmaking van de uitspraak van 4 mei 2021. Ze hebben ook geen nova gesteld die hen in het jaar voorafgaand aan het indienen van hun herzieningsverzoek bekend zijn geworden, nog daargelaten of in dit geval een termijn van drie maal zes weken zou moeten gelden. 4. Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling aanleiding om de herzieningsverzoeken niet inhoudelijk te behandelen omdat de verzoeken onredelijk laat zijn ingediend. De verzoeken worden niet-ontvankelijk verklaard. 5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. w.g. Minderhoud voorzitter w.g. Priem griffier 646

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2021:939
201908073/1/R3. Datum uitspraak: 4 mei 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: 1. [appellant sub 1] en anderen, allen wonend te Tubbergen, 2. [appellant sub 2], wonend te Tubbergen, 3. [appellanten sub 3], beiden wonend te Tubbergen (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 3]), 4. [appellanten sub 4], beiden wonend te Tubbergen (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 4]), appellanten, en de raad van de gemeente Tubbergen, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 23 september 2019 heeft de raad het bestemmingsplan "Tubbergen, De Esch" vastgesteld. [appellant sub 1] en anderen, [appellant sub 2], [appellant sub 3] en [appellant sub 4] hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van 23 september 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Tubbergen, De Esch". [appellant sub 2] heeft een nader stuk ingediend.
ECLI:NL:RVS:2015:308
201406317/2/A4. Datum uitspraak: 28 januari 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 in samenhang met artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: Awb) op het verzoek van [verzoekster], wonend te [woonplaats], gemeente Kollumerland en Nieuwkruisland, verzoekster, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 21 augustus 2013 in zaak nr. 201207833/1/A2. Procesverloop Bij uitspraak van 21 augustus 2013 in zaak nr. 201207833/1/A2 heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 3 juli 2012 in zaak nr. 12/182 ongegrond verklaard.
ECLI:NL:RVS:2015:310
201407367/2/A4. Datum uitspraak: 28 januari 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 in samenhang met artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: Awb) op het verzoek van [verzoeker], wonend te [woonplaats], verzoeker, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 23 oktober 2013 in zaak nr. 201301898/1/A4. Procesverloop Bij uitspraak van 23 oktober 2013 in zaak nr. 201301898/1/A4 heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 18 januari 2013 in zaak nr. 12/175 ongegrond verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text