Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:370 ECLI:NL:RVS:2025:370 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:370 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:370
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202405015/1/V3. Datum uitspraak: 31 januari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 15 juli 2024 in zaak nr. NL24.18548 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluiten van 3 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een eerder genomen terugkeerbesluit aangevuld en een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:370 · Raad van State: 202405015/1/V3. Datum uitspraak: 31 januari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 15 juli 2024 in zaak nr. NL24.18548 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluiten van 3 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een eerder genomen terugkeerbesluit aangevuld en een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202405015/1/V3. Datum uitspraak: 31 januari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 15 juli 2024 in zaak nr. NL24.18548 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluiten van 3 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een eerder genomen terugkeerbesluit aangevuld en een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd.

Bij uitspraak van 15 juli 2024 heeft de rechtbank zich onbevoegd geacht om kennis te nemen van het beroep tegen het aanvullende terugkeerbesluit en het beroep tegen het inreisverbod ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. G.P. Dayala, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 5 tot en met 7 en 9 van de uitspraak van de rechtbank over. 1.1.

Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier. w.g. Drop lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van de Kolk griffier Uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2025 347-1125