Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:3198 ECLI:NL:RVS:2025:3198 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:3198 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:3198
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202503465/1/V3. Datum uitspraak: 18 juli 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 12 juni 2025 in zaak nr. NL25.24294 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 28 mei 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 12 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:3198 · Raad van State: 202503465/1/V3. Datum uitspraak: 18 juli 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 12 juni 2025 in zaak nr. NL25.24294 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 28 mei 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 12 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202503465/1/V3. Datum uitspraak: 18 juli 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 12 juni 2025 in zaak nr. NL25.24294 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 28 mei 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 12 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. D.W.M. van Erp, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 4, 7 en 9 van de uitspraak van de rechtbank over. 1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J.P.G. van Bekhoven, griffier. w.g. De Moor-van Vugt lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van Bekhoven griffier Uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2025 959