Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:3161 ECLI:NL:RVS:2025:3161 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:3161 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:3161
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. P.A. Blaas, advocaat in ‘s-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld. De minister heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1. De uitspraak van de rechtbank gaat over het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel (artikel 96 van de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000). 1.1. Wat appellant aanvoert, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest.

Legislator headnote

AI generated

artikel 96 van de Vw 2000; ECLI:NL:RVS:2025:3161 · Raad van State: P.A. Blaas, advocaat in ‘s-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld. De minister heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1. De uitspraak van de rechtbank gaat over het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel (artikel 96 van de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000). 1.1. Wat appellant aanvoert, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest.

Keywords

AI generated
artikel 96 van de Vw 2000

Cited Legislation

AI generated
artikel 96 van de Vw 2000
De uitspraak van de rechtbank gaat over het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel (artikel 96 van de Vw 2000).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

BRS.25.000303 ECLI:NL:RVS:2025:3161 Datum uitspraak: 15 juli 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag van 20 maart 2025 in zaak nr. NL25.10713 in het geding tussen: [appellant] en de minister. Procesverloop Bij besluit van 18 november 2024 heeft de minister aan appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 20 maart 2025 heeft de rechtbank het tegen het voortduren van de maatregel door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. P.A. Blaas, advocaat in ‘s-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld. De minister heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1. De uitspraak van de rechtbank gaat over het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel (artikel 96 van de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000). 1.1. Wat appellant aanvoert, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest.

Dit doet zich hier niet voor.

2. De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.S. Jiawan, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Jiawan griffier Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2025 1017