ECLI:NL:RVS:2025:309 · Raad van State
Legislator summary
AI generated202500266/2/V1. Datum uitspraak: 29 januari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [vreemdeling 1], [vreemdeling 2], [vreemdeling 3] en [vreemdeling 4], verzoekers, tegen de tussenuitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 7 november 2024 en haar einduitspraak van 18 december 2024 in zaak nr. 20/9108 in het geding tussen: de vreemdelingen en de minister van Asiel en Migratie.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2025:309 · Raad van State: 202500266/2/V1. Datum uitspraak: 29 januari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [vreemdeling 1], [vreemdeling 2], [vreemdeling 3] en [vreemdeling 4], verzoekers, tegen de tussenuitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 7 november 2024 en haar einduitspraak van 18 december 2024 in zaak nr. 20/9108 in het geding tussen: de vreemdelingen en de minister van Asiel en Migratie.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
202500266/2/V1. Datum uitspraak: 29 januari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [vreemdeling 1], [vreemdeling 2], [vreemdeling 3] en [vreemdeling 4], verzoekers, tegen de tussenuitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 7 november 2024 en haar einduitspraak van 18 december 2024 in zaak nr. 20/9108 in het geding tussen: de vreemdelingen en de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop Bij besluit van 8 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 12 november 2020 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij tussenuitspraak van 7 november 2024 heeft de rechtbank de minister in de gelegenheid gesteld om een aan dat besluit klevend gebrek te herstellen. Bij besluit van 11 december 2024 heeft de minister het besluit van 12 november 2020 nader gemotiveerd.
Bij einduitspraak van 18 december 2024 heeft de rechtbank het tegen het besluit van 12 november 2020 door de vreemdelingen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven. Tegen de tussenuitspraak en de einduitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2. Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, griffier. w.g. Willems voorzieningenrechter w.g. Zwemstra griffier Uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2025 91-1046