ECLI:NL:RVS:2025:2804 · Raad van State
Legislator summary
AI generated202503274/1/V2. Datum uitspraak: 23 juni 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 3 juni 2025 in zaak nr. NL25.11596 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 11 maart 2025 heeft de minister bepaald dat appellant wordt overgedragen aan Oostenrijk. Bij uitspraak van 3 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RVS:2025:2804 · Raad van State: 202503274/1/V2. Datum uitspraak: 23 juni 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 3 juni 2025 in zaak nr. NL25.11596 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 11 maart 2025 heeft de minister bepaald dat appellant wordt overgedragen aan Oostenrijk. Bij uitspraak van 3 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Full text
202503274/1/V2. Datum uitspraak: 23 juni 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 3 juni 2025 in zaak nr. NL25.11596 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 11 maart 2025 heeft de minister bepaald dat appellant wordt overgedragen aan Oostenrijk. Bij uitspraak van 3 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. R. Akkaya, advocaat in Helmond, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.P.M. Zwinkels, griffier. w.g. Verheij lid van de enkelvoudige kamer w.g. Zwinkels griffier Uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2025 309-1065