Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:238 ECLI:NL:RVS:2025:238 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:238 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:238
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202400826/1/A2. Datum uitspraak: 15 januari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in Amsterdam, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2023 in zaak nr. 22/4214 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (hierna: het college) Openbare zitting gehouden op 15 januari 2025 om 11:30 uur. Tegenwoordig: staatsraad mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer griffier: mr.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2025:238 · Raad van State: 202400826/1/A2. Datum uitspraak: 15 januari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in Amsterdam, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2023 in zaak nr. 22/4214 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (hierna: het college) Openbare zitting gehouden op 15 januari 2025 om 11:30 uur. Tegenwoordig: staatsraad mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer griffier: mr.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 15 januari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in Amsterdam, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2023 in zaak nr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202400826/1/A2. Datum uitspraak: 15 januari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in Amsterdam, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2023 in zaak nr. 22/4214 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (hierna: het college) Openbare zitting gehouden op 15 januari 2025 om 11:30 uur. Tegenwoordig: staatsraad mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer griffier: mr.

O. van Loon jurist: mr. F.F. Schuhmacher Verschenen: mr. A. Ang namens [appellant], advocaat in Haarlem; het college, vertegenwoordigd door mr. K. van den Boorn. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 20 december 2023 van de rechtbank Amsterdam, waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van het college van 22 juli 2022 ongegrond heeft verklaard. Bij dit besluit is het college bij de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gebleven. De Afdeling verklaart het hoger beroep van [appellant] niet-ontvankelijk en veroordeelt het college tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.814,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Gronden Bij besluit van 1 november 2024 is door het college aan [appellant] in het kader van een WMO-beschikking ‘Begeleid thuis voor gezinnen’ toegekend. [appellant] heeft vervolgens een zelfstandige woning toegewezen gekregen, waar zij per 3 april 2024 samen met haar zoon staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen. De huurovereenkomst voor deze woning staat op dit moment nog op naam van de zorginstantie, maar zoals door het college ter zitting is toegelicht zal die op haar eigen naam worden gezet, zodra zij geen begeleiding meer nodig heeft.

Het doel van een urgentieverklaring is huisvesting. Tussen partijen is niet meer in geschil dat [appellant] op dit moment over zelfstandige huisvesting beschikt. Daarmee komt zij op dit moment niet meer in aanmerking voor de door haar gevraagde urgentieverklaring. Het procesbelang van [appellant] is daarmee komen te vervallen. Daarom wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Omdat het college pas ter zitting met gegevens is gekomen die het al maanden onder zich heeft, is besloten dat het college de proceskosten moet vergoeden. w.g. Soffers lid van de enkelvoudige kamer w.g.

Van Loon griffier 284-1132