Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:2369 ECLI:NL:RVS:2025:2369 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:2369 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:2369
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202502563/1/V3. Datum uitspraak: 22 mei 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 25 april 2025 in zaak nr. NL25.16665 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 8 april 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 25 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:2369 · Raad van State: 202502563/1/V3. Datum uitspraak: 22 mei 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 25 april 2025 in zaak nr. NL25.16665 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 8 april 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 25 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202502563/1/V3. Datum uitspraak: 22 mei 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 25 april 2025 in zaak nr. NL25.16665 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 8 april 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 25 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S. Guman, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Appellant is in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten. Overwegingen 1. De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde op 2 mei 2025. Het hogerberoepschrift is daarna bij de Raad van State binnengekomen. Appellant heeft het hogerberoepschrift daarom niet op tijd ingediend. Appellant heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid redenen aan te voeren waarom het hoger beroep toch in behandeling moet worden genomen.

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Vos griffier Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2025 644-1161