Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:2220 ECLI:NL:RVS:2025:2220 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:2220 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:2220
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202404752/1/V1. Datum uitspraak: 15 mei 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 2 juli 2024 in zaak nr. NL24.19149 in het geding tussen: appellant, mede voor haar minderjarige kinderen, en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Appellant heeft, mede voor haar minderjarige kinderen, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar, mede voor haar minderjarige kinderen, een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:2220 · Raad van State: 202404752/1/V1. Datum uitspraak: 15 mei 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 2 juli 2024 in zaak nr. NL24.19149 in het geding tussen: appellant, mede voor haar minderjarige kinderen, en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Appellant heeft, mede voor haar minderjarige kinderen, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar, mede voor haar minderjarige kinderen, een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202404752/1/V1. Datum uitspraak: 15 mei 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 2 juli 2024 in zaak nr. NL24.19149 in het geding tussen: appellant, mede voor haar minderjarige kinderen, en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Appellant heeft, mede voor haar minderjarige kinderen, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar, mede voor haar minderjarige kinderen, een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

Bij uitspraak van 2 juli 2024 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M. Stoetzer-van Esch, advocaat in Lent, hoger beroep ingesteld. De minister heeft een nader stuk ingediend. Appellant heeft op verzoek van de Afdeling een nader stuk ingediend. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 2.1 van de uitspraak van de rechtbank over. 1.1.

Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier. w.g. Soffers lid van de enkelvoudige kamer w.g. Hanrath griffier Uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2025 392