Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:2103 ECLI:NL:RVS:2025:2103 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:2103 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:2103
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202500740/1/V2. Datum uitspraak: 7 mei 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], mede voor haar minderjarige kind, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 7 januari 2025 in zaak nr. NL22.25752 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 18 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 64 van de Vw 2000; ECLI:NL:RVS:2025:2103 · Raad van State: 202500740/1/V2. Datum uitspraak: 7 mei 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], mede voor haar minderjarige kind, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 7 januari 2025 in zaak nr. NL22.25752 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 18 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Keywords

AI generated
artikel 64 van de Vw 2000

Cited Legislation

AI generated
artikel 64 van de Vw 2000
Ook heeft hij ambtshalve bepaald dat uitzetting van appellant krachtens artikel 64 van de Vw 2000 achterwege blijft, en geweigerd appellant ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202500740/1/V2. Datum uitspraak: 7 mei 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], mede voor haar minderjarige kind, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 7 januari 2025 in zaak nr. NL22.25752 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 18 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Ook heeft hij ambtshalve bepaald dat uitzetting van appellant krachtens artikel 64 van de Vw 2000 achterwege blijft, en geweigerd appellant ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 7 januari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M.M. Polman, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen 1. Het hoger beroep is ongegrond. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 5.4 tot en met 5.4.2, 5.4.7 en 9.4 over. 1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van L.W. Lagaaij LLM, griffier. w.g. Van Gastel lid van de enkelvoudige kamer w.g. Lagaaij griffier Uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2025 936-1113