ECLI:NL:RVS:2025:1986 · Raad van State
Legislator summary
AI generated202407921/3/V3. Datum uitspraak: 1 mei 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet: [verzoeker], verzoeker. Procesverloop Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 24 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep, voor zover gericht tegen de tenuitvoerlegging van de maatregel, gegrond verklaard en voor het overige ongegrond, de wijziging van de tenuitvoerlegging van de maatregel met ingang van die dag bevolen en de minister opgedragen verzoeker schadeloos te stellen.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2025:1986 · Raad van State: Tegen deze uitspraak hebben de minister en verzoeker hoger beroep ingesteld. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag heeft de Afdeling op de hoger beroepen beslist. Daarom wordt geen voorlopige voorziening getroffen.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
202407921/3/V3. Datum uitspraak: 1 mei 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet: [verzoeker], verzoeker. Procesverloop Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 24 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep, voor zover gericht tegen de tenuitvoerlegging van de maatregel, gegrond verklaard en voor het overige ongegrond, de wijziging van de tenuitvoerlegging van de maatregel met ingang van die dag bevolen en de minister opgedragen verzoeker schadeloos te stellen.
Tegen deze uitspraak hebben de minister en verzoeker hoger beroep ingesteld. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag heeft de Afdeling op de hoger beroepen beslist. Daarom wordt geen voorlopige voorziening getroffen.
2. Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Nederhoff, griffier. De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen w.g. Nederhoff griffier Uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2025 918