Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:1602 ECLI:NL:RVS:2025:1602 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:1602 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:1602
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202402089/1/A2. Datum uitspraak: 2 april 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 22 maart 2024 in zaak nr. 23/1110 in het geding tussen: [appellant] en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: de staatssecretaris). Openbare zitting gehouden op 2 april 2025 om 11:00 uur. Tegenwoordig: staatsraad: mr. G.T.J.M. Jurgens, voorzitter griffier: mr.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2025:1602 · Raad van State: 202402089/1/A2. Datum uitspraak: 2 april 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 22 maart 2024 in zaak nr. 23/1110 in het geding tussen: [appellant] en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: de staatssecretaris). Openbare zitting gehouden op 2 april 2025 om 11:00 uur. Tegenwoordig: staatsraad: mr. G.T.J.M. Jurgens, voorzitter griffier: mr.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 2 april 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 22 maart 2024 in zaak nr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202402089/1/A2. Datum uitspraak: 2 april 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 22 maart 2024 in zaak nr. 23/1110 in het geding tussen: [appellant] en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: de staatssecretaris). Openbare zitting gehouden op 2 april 2025 om 11:00 uur. Tegenwoordig: staatsraad: mr. G.T.J.M. Jurgens, voorzitter griffier: mr.

M. Rijsdijk jurist: mr. E.A. Jousma Verschenen: de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. drs. P.J. Kooiman. [appellant] heeft een subsidie van € 2.000,00 aangevraagd op grond van de Subsidieregeling elektrische personenauto’s particulieren. De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen en de afwijzing met het besluit op bezwaar van 24 april 2023 gehandhaafd. De rechtbank heeft het daartegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 22 maart 2024 van de rechtbank Overijssel.

Hangende het hoger beroep heeft de staatssecretaris het besluit op bezwaar van 24 april 2023 herzien, het bezwaar van [appellant] met een nieuw besluit van 18 maart 2025 gegrond verklaard en hem de gevraagde subsidie van € 2.000,00 toegekend. Beslissing De Afdeling verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Gronden: De staatssecretaris heeft een nieuw besluit genomen, waarbij aan [appellant] de subsidie van € 2.000,00 is toegekend. Hiermee is de staatssecretaris volledig tegemoetgekomen aan de aanvraag van [appellant]. [appellant] heeft dat ook erkend.

Hij heeft daarom geen belang meer bij de behandeling van het hoger beroep. Wat [appellant] heeft aangevoerd over de importeur en de fabrikant van zijn elektrische auto valt buiten de omvang van dit geschil. Deze gronden gaan namelijk niet over het besluit van de staatssecretaris en kunnen dus niet aan de orde komen in deze procedure. Dit geldt ook voor de wijzigingen die de Dienst Wegverkeer heeft doorgevoerd en de verzoeken die [appellant] in dit verband aan de Afdeling heeft gedaan. Dit betekent dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is. De Afdeling voegt daaraan nog toe dat de staatssecretaris tijdens de zitting van de Afdeling heeft toegezegd dat hij het door [appellant] betaalde griffierecht in beroep (van € 184,00) en hoger beroep (van € 279,00) zal vergoeden.

De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. Jurgens lid van de enkelvoudige kamer w.g. Rijsdijk griffier 705-1090