Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:1206 ECLI:NL:RVS:2025:1206 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:1206 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:1206
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202501231/1/V2 en 202501231/2/V2. Datum uitspraak: 20 maart 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kinderen, verzoekster, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 2 december 2024, in zaak nr. 202305662/1/V2, en om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Awb). Procesverloop Bij brief van 26 februari 2025 heeft verzoekster de Afdeling verzocht om herziening van de hiervoor genoemde uitspraak van 2 december 2024. Ook heeft zij de Afdeling verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. De Afdeling kan onder omstandigheden een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nieuwe feiten of omstandigheden (artikel 8:119, eerste lid, van de Awb). Verzoekster heeft zulke feiten of omstandigheden niet aangevoerd.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:81 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2025:1206 · Raad van State: Datum uitspraak: 20 maart 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kinderen, verzoekster, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 2 december 2024, in zaak nr. 202305662/1/V2, en om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Awb). Procesverloop Bij brief van 26 februari 2025 heeft verzoekster de Afdeling verzocht om herziening van de hiervoor genoemde uitspraak van 2 december 2024. Ook heeft zij de Afdeling verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. De Afdeling kan onder omstandigheden een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nieuwe feiten of omstandigheden (artikel 8:119, eerste lid, van de Awb). Verzoekster heeft zulke feiten of omstandigheden niet aangevoerd.

Keywords

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:81 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 20 maart 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kinderen, verzoekster, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 2 december 2024, in zaak nr.
artikel 8:81 van de Awb
202305662/1/V2, en om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Awb).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202501231/1/V2 en 202501231/2/V2. Datum uitspraak: 20 maart 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kinderen, verzoekster, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 2 december 2024, in zaak nr. 202305662/1/V2, en om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Awb). Procesverloop Bij brief van 26 februari 2025 heeft verzoekster de Afdeling verzocht om herziening van de hiervoor genoemde uitspraak van 2 december 2024. Ook heeft zij de Afdeling verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. De Afdeling kan onder omstandigheden een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nieuwe feiten of omstandigheden (artikel 8:119, eerste lid, van de Awb). Verzoekster heeft zulke feiten of omstandigheden niet aangevoerd.

2. Het verzoek om herziening wordt afgewezen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom ook afgewezen De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. wijst het verzoek om herziening af; II. wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier. w.g. De Poorter voorzieningenrechter w.g. Prins griffier Uitgesproken in het openbaar op 20 maart 2025 363-1048